For My Pleasure
Als ik de weg opga om de auto te tanken doet het lange, onzondagse lint kruipende auto’s me beseffen dat het koopzondag is. In een ononderbroken sliert bewegen duizenden consumenten zich van en naar het onooglijke bedrijventerrein. Ik zet mijn impulsieve modus aan, voeg me in de ellendige rij en besluit af te wachten waar ik terechtkom.Schreeuwende en huilende kinderen, ruziënde stelletjes, ruitenwissers die gezien de kleine hoeveelheid miezerregen veel te overstuur over de ruiten slaan, overal toeterende auto’s en verlaten winkelwagens; dan weet je dat je tussen de bouwmarkten, speelgoedwarenhuizen en de Media Markt zit. In de Media Markt slenter ik wat heen en weer door de lange rijen cd’s. Ook hier helaas geen Annie. Ik verbaas me erover dat je hier het gehele oeuvre van Amon Düül II tegen mid-price kunt aanschaffen maar dat ze nog nooit van Dizzee Rascal hebben gehoord (“Dizzee wie?” “Laat maar.”).
Op weg naar de uitgang haalt het aangezicht van Roxy Music’s Roxy Music en For Your Pleasure me uit mijn roes. A danceable solution to teenage revolution! Natuurlijk! Mijn lp’s van hun eerste twee fantastische platen zijn tot op de draad versleten (de hoezen heb ik misschien wel beter verzorgd dan de platen zelf). Geen mooier moment om ze hier en nu eindelijk eens op cd aan te schaffen. Alleen al de gedachte aan Re-Make/Re-Model en Editions of You en Do the Strand en In Every Dream Home A Heartache stemt zacht euforisch. Horen! Tussen al die universele afstandsbedieningen en afgeprijsde Schwarzenegger-dvd’s krijgen deze cd’s een gouden gloed. Ze voelen ook warm aan. De hoofdprijs. Op naar de kassa.
“Mag ik uw postcode?” “Waarvoor?” “We onderzoeken waar onze klanten vandaan komen, zodat we hen nog beter kunnen bedienen met onze folders.” “Ik heb een ja/nee-sticker op mijn bus, ik krijg de folder nooit.” “Mag ik toch uw postcode?” Dit is niet de dag om me bezig te houden met privacygevoelige vraagstukken. “Is het een Sinterklaascadeautje?” “Ja.”
Het kassameisje voorziet beide cd’s van kleurrijk pakpapier versierd met pepernoten, mijters, Sinterklazen en gek genoeg een witte staf. Raar toch hoe fantasieloos dat pakpapier altijd is. Het mag geen jaar hetzelfde zijn maar tegelijkertijd moet het zoveel mogelijk lijken op het pakpapier van vorig jaar. De tekeningetjes zijn zo opgesteld dat het motief zich oneindig kan herhalen. Rollen pakpapier lang, ontelbaar veel Noorse bossen.
Thuis neem ik het cadeau in beide handen. Zonder ermee te rammelen of te raden wat het is scheur ik direct het papier er af. The sweetest queen I’ve ever seen!
Red mij niet
Red mij niet Maarten van Roozendaal Leg een steen onder je kussen Brand voor mijn part een kaars Slacht een lam Maar red mij niet
Zet een rare muts op Duw briefjes in een muur Voorspel de toekomst Maar red mij niet
Laat je baard staan Ach man, laat je baard staan Maar red mij niet
Trek een jurk aan Ach man, trek een mooie lange jurk aan Maar red mij niet
Restaureer je kerk Stuur je kinderen ten oorlog Lees handen tot je blind bent Maar red mij niet
Slik vitamienen tegen kanker Was je handen in vuur Versier je voorhoofd met een stip Maar red mij niet
Jouw hemel is voor mij de hel Een hemel met jou Is de hel voor mij
Richt je billen naar het westen Zeg dagenlang hetzelfde woord Laat je bevrijden door een UFO Maar red mij niet
Loop met fakkels door de straten Zeg dat het lukt als je maar wilt Ga op je knieën tot ze blauw zien Maar red mij niet
Laat mij in mijn zeven sloten Laat mij de draad volslagen kwijt Aan gezelligheid ten onder Richting eindeloze tijd
Uit volle borst op weg naar nergens Zonder reden zonder doel Met m'n zeden en m'n zonden En mijn angstig voorgevoel Laat mij mijn kont tegen de krib Laat mij dit goddeloze lied Hef jij je handen maar ten hemel Maar red mij niet
The Addiction
“My indifference is not the concern here, it’s your astonishment that needs study.”
De mens is de maat der dingen. Met het bloed nog om de mond en in haar ogen opperste verbazing bijt Cathy haar laatste slachtoffer bovenstaande woorden toe, nadat ze net dierlijk gulzig uit haar halsslagader gedronken heeft. Cathy werd eerder zelf in haar hals gebeten door een bloeddorstige vampier – zodat ze er dus zelf een geworden is – en transformeert in rap tempo in het bewijs voor een opvatting die ze al langere tijd probeerde te geloven: dat mensen slechte dingen doen omdat ze slecht zijn, en niet andersom. Maar hoe kon ze dat (durven te) geloven zonder zelf echt slecht te zijn?
Eindelijk Abel Ferrara’s The Addiction uit 1995 weer eens kunnen zien dit weekend. Het is een bijzondere film, omdat het vampirisme – hoewel visueel nadrukkelijk aanwezig – slechts als metafoor geldt voor Het Kwaad. Voordat ze tot ‘een van hen’ gemaakt wordt is Cathy (de fragiele maar getekende Lili Taylor) een jonge filosofiestudente die worstelt met thema’s als vrije wil, determinisme en de wortels en oorsprong van het kwaad. Als ze met vriendin Jean in de universiteitsbioscoop kijkt naar een documentaire over vernietigingskampen in de Tweede Wereldoorlog – Ferrara is nietsontziend, oud archiefmateriaal wordt tot in de gruwelijkste details geprojecteerd, full-frontal – is ze geschokt, maar vooral gefrustreerd. Gefrustreerd over dat slechts één man de schuld krijgt van die gruwelijkheden. Gefrustreerd ook over de afstand die de geschokte mens tegenwoordig neemt tegenover het kwaad. Alsof het twee verschillende werelden zijn, alsof mensen die die daden begaan geen mensen zoals wij zijn maar een ander soort, een ander, mislukt prototype. Erkennen dat die mensen in hun zijn net zulke mensen zijn als ons is even diep slikken misschien, maar maakt het uiteindelijk beter te begrijpen, houdt het binnen bereik en dus binnen de actieradius. Het brengt het terug tot een zekere ‘proportie’ in plaats van het te ‘ontmenselijken’, het een geheel andere status of dimensie te geven.
Ferrara’s pompeuze manier van filmen geeft het toch al niet misselijke thema nog een extra dimensie. The Addiction is doordrenkt in gotiek, en belangrijker nog, gefilmd in zwart/wit. Bloed is niet rood, bloed is zwart. De tegenwoordige tijd is niet in kleur, maar in scherpe grijstinten. Net als de film in de universiteitsbioscoop. Ook weer het ver weg/dichtbij effect: de kijker kan kleur niet aanroepen om afstand te scheppen tot 65 jaar geleden. De historie en het nu hebben hetzelfde aangezicht. Zwart/wit is geen synoniem meer voor toen/vroeger/onbegrijpelijk. De wereld ziet er nog altijd hetzelfde uit.
Het Kwaad in Cathy krijgt een gezicht door haar verslaving, haar honger naar bloed. Een niet te stillen honger, nu ze als vampier gedoemd is tot het eeuwige leven. Wat volgt is een neerwaartse odyssee op de wenteltrap van haar bestaan, een ondergang in de verslaving van het zijn. De zucht naar bloed is haar essentie geworden. Omdat ze zoals zoveel filmhelden te eerlijk en te lief van aard is bezit ze niet het fantastische cynisme als levenselixer van een sublieme Christopher Walken – hier in een glansrol als door de wol geverfde vampier-guru die Nietzsche en Sartre leest (“You are a slave to what you are and you are nothing. Nothing!”). Het afgooien van je menselijkheid is de enige manier hoe je in een situatie van een lege verslaving kunt overleven. Het Kwaad heeft haar overgenomen en is – getuige het citaat – een vanzelfsprekendheid geworden.
Hagel
Tussen 14.50 en 16.30 uur heb ik dertien hagelbuien geteld. Soms duurde het enkele seconden, soms ging het minutenlang door. Altijd voorafgegaan door een zwarte deken die over de stad getrokken wordt en waarvan de donkerte je kamer binnendringt. Na het loslaten van de hagelstenen wordt de deken er weer even afgehaald. Maar het licht wat dan langzaam weer verschijnt is steeds net iets donkerder dan ervoor.
You should get out more, zegt men dan. Dat lijkt me vandaag geen goed idee.
In bewaring gesteld
Ayaan Hirsi-Ali heeft de Harriët Freezerring 2004 gewonnen, Opzij’s jaarlijkse emancipatieprijs. Het tijdschrift maakte vandaag bekend dat de uitreiking ervan niet door zal gaan. Hirsi-Ali kan de prijs (een ring en 1250 euro) niet in ontvangst nemen omdat ze is ondergedoken. Beveiligers voeren sindsdien het bevel over Hirsi-Ali’s handelingen. Haar mobieltje staat al tijden uit, haar e-mailadres is geblokkeerd. Ze kreeg zelfs geen toestemming om via een videoverbinding toch ‘aanwezig’ te zijn bij de uitreiking. ‘Te onveilig, te gevaarlijk, kan niet.’ De vraag is natuurlijk: wanneer is het dan wel veilig? Wanneer zou ze weer naar huis mogen? Of zelfs aan het werk? Over een halfjaar? Twee jaar? Vijf? Kan het haar überhaupt ooit nog wel worden toegestaan om vrij te bewegen? Wie bepaalt wat veilig is, en aan de hand van welke criteria? En als de concrete bedreigingen eenmaal achterwege blijven, kan ‘het klimaat’ alleen er dan ook nog voor zorgen dat ze zich schuil moet blijven houden? Wat is daarvoor de graadmeter? Het stellen van die vragen stemt droevig, omdat negatieve antwoorden meer voor de hand lijken te liggen dan positieve antwoorden. ‘Ondergedoken’ is in deze een eufemisme. Ayaan Hirsi-Ali zit gevangen, ze is feitelijk in bewaring gesteld. Strafmaat onbekend. Wie wat bewaart die heeft wat, hoop ik maar.
Ovale spiegels
“ Wij rijden in ovale spiegels rond; herkennen aan onszelf de achtergrond en weten dat dit eenmaal ook bestond. ”
Déjà-vu. Deze strofe uit Gerrit Achterberg’s gedicht ‘Déjà-vu’ uit 1954 spreekt net zo tot de verbeelding als de ervaring zelf. Dit minimum aan woorden geeft een perfecte omschrijving van de ervaring: 1) Het gevoel dat je overvalt als je een déjà-vu beleeft; 2) de realisatie dát je hem beleeft; 3) de illusie van het déjà-vu die vervolgens door de realisatie oplost.
Douwe Draaisma’s Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt is een heerlijk boek over het autobiografisch geheugen, hoe dat geheugen en herinneringen bouwstenen zijn van ons zelfbeeld en identiteit, waarom een uur op je vijftigste inderdaad ‘sneller’ gaat dan op je vijftiende en andere geheugenfenomenen als reminiscenties en de eerder genoemde déjà-vu.
Wetenschapper Draaisma is niet slechts een archivaris. Hij haalt wel al het eerder gedane onderzoek aan, maar laat vervolgens op charmante wijze – zonder conclusies te trekken – ruimte voor interpretatie. Over de werking van geheugen en herinneringen is nog zoveel onbekend dat dat ook moet. De informatie die hij te berde brengt is bovendien zeer geschikt voor zelfonderzoek en toepasbaar op iedereen, omdat we allemaal gezegend zijn met een geheugen en herinneringen.
Als ik Draaisma mag geloven is men het er wel over eens dat een déjà-vu waarschijnlijk te maken heeft met verkeerd gearchiveerde herinneringen en informatie. Een foutje tijdens het opslaan. Hoe dat kan is nog niet duidelijk. Het is wonderlijk hoe vaak we ervaringen wel goed opslaan, maar af en toe – het is bewezen dat in het geval van moeheid, depressie, stress, schizofrenie, epilepsie en alcohol, déjà vu’s een grotere kans hebben te ontstaan – gaat het gewoon mis.
Een ding mis ik echter in het verder sublieme boek: het wederkerende karakter van een déja-vu. Eens een déjà-vu blijkt – in mijn geval – altijd een déjà-vu. Het valt niet te corrigeren. Toen ik met X praatte over een foto en de achtergrond daarvan had ik het idee dat mijn vragen, X’s antwoorden en de uitkomst van het gesprek zich al eens hadden afgespeeld. Ik wist het allemaal al, zag de omstandigheden waarin we beide op dat moment verkeerden, ja zelfs mijn omgeving, mijn tijd was hetzelfde. Maar zelfs het kenbaar maken daarvan, het erkennen dat ik een déjà-vu beleefde, verhinderde niet dat de volgende keer weer exact hetzelfde gebeurde. Weer dat gevoel dat je overspoelt, de macht overneemt. Weer een déjà-vu. Het maakt ‘helder denken’ onmogelijk. De herinnering aan de vorige déjà-vu zorgt er niet voor dat het de volgende keer – bij hetzelfde gespreksonderwerp of dezelfde gebeurtenis of handeling – wél goed gaat. Dat er dan wél ‘over te praten valt’. Je bent, kortom, bezeten.
Bepaalde onderwerpen of gebeurtenissen worden zo onbespreekbaar. Van zeker zes ‘beelden’, gebeurtenissen en gesprekonderwerpen weet ik dat als ik er – op een rare, gelijke manier als de vorige keer – aan begin, of het weer zie, opnieuw in Achterberg’s ovale spiegel terechtkom. Déjà-vu’s zuigen je mee in je verwondering over hoe dat voelt, over welke gedachten, welk ritme zich dan voordoet, en slaan lam. Het afwezige, verdwaasde gevoel is voor altijd verbonden aan dat onderwerp. De déjà-vu is zélf een herinnering geworden. Een herinnering die, gelijk een traumatische herinnering, als een diep karrenspoor zijn plek in je geheugen opeist, om het niet meer op te geven.
La Mala Educación
Gael Garcia BernalDe blonde pruik hoog opgestoken, de eyeliner en rouge, een belachelijk zeemeerminpak of nonchalante jurkjes, en vooral zijn subliem symmetrische, gave kaaklijn transformeren Gael Garcia Bernal in een prachtige vrouw. Niet iemand die maniëristisch de clichégedragingen van een vrouw imiteert maar de vleesgeworden alternerende hermafrodiet. Gael ís man en vrouw; even overtuigend, sexy en gefrustreerd in beide gedaanten. Het is niet de enige transformatie in Pedro Almodóvar’s La Mala Educación. Garcia Bernal neemt drie rollen op zich, en blinkt in elk van de drie uit. Ook Fele Martínez is perfect als onderkoelde, inspiratieloze filmmaker die langzaam kennis moet nemen van de gruwelijke waarheid.
La Mala Educación is een caleidoscopische film, een verhaal in een verhaal in een verhaal, over seksueel misbruik door een katholieke priester in de late jaren ’70, na Franco’s bewind, en de funeste uitwerking die dat heeft op het slachtoffer. Almodóvar jongleert soepel met grote thema’s als wraak, liefde, travestie, homoseksualiteit en hint veelvuldig naar andere films (in een bizarre scène bereikt de priester zijn hoogtepunt als de jonge Gael a cappela Audrey Hepburn’s ‘Moon River’ uit Breakfast at Tiffany’s zingt).
Een lust voor het oog, is La Mala Educación inspannend om naar te kijken. Je wordt non-stop geprikkeld om ergens verder over na te denken, er komt heel veel op je af. Maar er ontgaat je waarschijnlijk net zoveel.
Say cheese
Election Day 2004. Deze door de Bush administration geaccrediteerde foto werd vrijgegeven rond 17.00 uur, Amerikaanse tijd. Het plaatje moet de indruk wekken dat de familie Bush rustig de uitslagen afwacht. En rustig, dat was het ook. Het was ontspannen. Want het was snel duidelijk dat Bush in Kerry, ondanks de door wishful thinking ingegeven last-minute Kerry-mediahype, geen serieuze tegenkandidaat had. Gezamenlijk en eendrachtig op de kiek. Family Values.Maar er klopt iets niet aan deze foto. Of beter, het brengt een gedachte te berde die de familie Bush niet voor ogen had. Mijn aandacht bij deze foto gaat – en ik heb er lang, te lang naar gekeken – onwillekeurig uit naar George senior en Barbara Bush. Ze zitten rechts van het plaatje. Natuurlijk horen ze erbij, maar de ‘nieuwe Bush-familie’ neemt begrijpelijkerwijs meer breedte van het plaatje in. Ze belichamen het fatalistische eindstadium wat George junior en Laura ook staat te wachten, onherroepelijk. Kijk nog eens goed naar George en Barbara. Ouden van dagen zijn het, two out of millions. Meer vertrouwd met de flits van een fototoestel (en hoe in zo een situatie te handelen) dan met de realiteit. Meelijwekkend in hun ‘geleefd worden’. George in een onberispelijk pak, Barbara gekleed in hoe oudere Westerse vrouwen nu eenmaal gekleed gaan.
Maar die lach op hun gezichten... die lach verraadt alles. Die lach, en de starre, quasi-relaxede houding die ze aannemen, vertelt het hele verhaal, hoe het werkelijk zit. Het deed me denken aan het oudere paar in de taxi uit David Lynch’s Mulholland Drive, dat als erop gebeiteld een lach meedraagt op het gezicht. Door schade en schande niet kunnen stoppen met glimlachen, wat een vernedering moet dat zijn! Pijnlijk verwrongen, een afgang uit nederigheid voor het menselijk ras. Het is een ziekte van deze tijd waarmee ik niet wil spotten, maar laat het alsjeblieft een naam krijgen. Alles prijsgevend met de lach van een nederlaag, een nederlaag die de overwinning op het intellect betekent.
Het plaatje treft me dáárom, om de hulpeloosheid die nog zaligmakend blijkt ook. De onnozelheid in een functie zó belangrijk (want dat is het). De zinloosheid van beroemdheid (want dat is het). Het pure, onversneden geluk dat ze hebben gehad (want dat is het).
Verliefd
“It's a talk in the dark, it's a walk in the morning.”
Sinds een dag of twee, en tot over mijn oren, letterlijk. Arthur Russell heeft een totnogtoe volstrekt in rust zijnd deel van mijn sensorische cortex geprikkeld, en hoe. Als de liefde zich niet op het eerste gezicht vormt moet hij soms extreem maar geduldig worden opgedrongen (dank Willem!).
Arthur Russell injecteert je op Calling out of Context middels buitenaardse disco, flarden cello en voorstuwende krautritmes en Afrique met buitengewoon intieme gevoelens en sferen. Het menselijke, het gevoelige ‘kleine’ (lees: grote) zit hem in het urbane dat deze muziek uitstraalt. Als eenling verdronken in een Monoliet van een Stad grijp je naar datgene wat Arthur Russell je op deze plaat biedt. De ontelbare mensen de taxi’s de bussen de auto’s de zwervers de schreeuwende relifreaks de passanten, de nobody’s en de anybody’s, de schonen en de schoneren, ze maken het je verdomd moeilijk om bij jezelf te blijven. Maar diep verscholen achter de neon-hectiek ligt een thuisland, de onzichtbare Matriarch Maria die je streelt en influistert: ‘Kom maar, het is goed, dit is je thuis, kom hier’. Arthur Russell leeft niet meer maar hij is jou, en je kunt soms zien dat jij hem bent.
“I need to be told what to do, I’m in a world of my own.”
Het voelt bij voorbaat als een nederlaag om dit verder in woorden proberen te vatten (goh, wat handzaam, zo’n uit taal bestaande blog). Deze plaat is wat ik wil zeggen. In naam van de armoede, verder dan dit kan ik niet gaan: Gaat.Dit.Luisteren.
Scheep gaan
Hoe moeilijk het is een dronken schip te besturen bleek afgelopen weekend nog maar eens in scheepswerf Blogspot.com. Nog voor de officiële tewaterlating koos Het Dronken Schip eigenzinnig en voortvarend de woelige baren (aan de eerste post te zien onverschrokken richting Italië).
Maar waarheen gaat de reis werkelijk? Op ramkoers door digitale tsunami of dromerig zeilend naar de sterren? Vastlopend op ijsschots en zandbank, roestend en bonkend, of als een Moederschip naar Utopia? Het Dronken Schip is stuurloos maar niet doelloos, in zijn roes slechts op zoek naar beter.
Het Dronken Schip bestaat omdat het kan.
Butiglione
Hoewel vrijwel zeker ingegeven door een kille rekensom in plaats van ideologische bevlogenheid of besef van de tijdgeest heeft aankomend EC-voorzitter Barroso het enige juiste gedaan; hij heeft zijn voorstel voor een nieuw team eurocommissarissen met daarin de Italiaan Butiglione ingetrokken. Qua economie loopt Europa misschien achter op Amerika en het florerende Azië, op neo-ideologisch en humanistisch gebied mag het zich terecht - en geheel volgens traditie - de voortrekkersrol toedichten. Voor mensen met extreem conservatieve en ronduit kwetsende ideeën, over homoseksualiteit en vrouwenrechten als Butiglione is simpelweg geen plaats in een vooruitstrevend, eensgezind Europa.
Toch spoelt dit de nare smaak niet weg over de handelswijze van Nederland in deze. Een land dat zich trots aanmeet als voorzitter van de EU mag zich nimmer zo verregaand verschuilen achter het etiket 'objectiviteit' om maar geen stelling te hoeven nemen. Daar waar een krachtige stellingname gewenst is, lijkt de verkapte 'lijmpoging' en goedkeuring over de kandidatuur van Butiglione van minister Bot enkel ingegeven door de wens om ten koste van alles de lieve vrede te bewaren. Het onder druk van bovenaf terugnemen van kritiek op de discriminatoire kandidaat door minister Van Ardenne getuigt eveneens van een huichelachtige opvatting over dit voorzitterschap. En passant geeft het haarfijn aan hoe dit kabinet haar voorzitterschap van de EU denkt te moeten vervullen: conflicten vermijden en zonder kleerscheuren het stokje doorgeven. Den Haag mag in de veronderstelling leven dat het daar op deze wijze in geslaagd is, maar in werkelijkheid is dit een onherstelbare smet op het blazoen van 'vrijdenkend Nederland'.

