† The Four Year Itch
Medusa
† The Four Year Itch (2001-2005) Hij had stenen in zijn hoofd Vier jaar geleden sloeg de eerste, de grootste, in. Het was een enorme steen, ongeslepen en met mos erop, een groene humuslaag die groeide als een bloem uit beton. De steen was opgebouwd uit zoveel verschillende steensoorten - mergel, zandsteen, schalie, kalk, grind, zelfs soorten die hij nog nooit had gezien -dat het voor hem een unieke steensoort leek. Ongekend. Onbestaand. Buitenaards. Onwerkelijk. Waar hij vandaan kwam? Hij kon het me lange tijd niet vertellen. Waarom sloeg hij in bij hem? Hij wist het niet.Medusa Het intrigeerde hem, die steen in zijn hoofd. Was hij een Uitverkorene of was hij een Verdoemde? Het viel hem zwaar om te kijken naar iets wat hij niet herkende, en tegelijkertijd bleef hij er extra goed naar kijken. Maar elke keer als hij naar de steen keek – of het beeld dat hij van de steen had projecteerde – of zijn hand op zijn hoofd legde om de enorme afmetingen, de scherpe uitsteeksels en de hardheid van de materie te voelen, groeide de steen. De steen groeide groter, en drukte zijn hersenmassa naar de zijkanten van zijn hoofd. Het gaf hem een drukkend, jeukend gevoel, zei hij. En bovenal, het verlamde. Alsof hij in de ogen van Medusa had gekeken. De steen benaderen deed hem zelf verstenen.
De Stenen Man Bovendien deed het hem pijn, die steen. Niet alleen fysiek, niet alleen het gesteek en gejeuk, maar het geselde zijn zijn, zijn dromen, verlangens, zijn passie. Pijn die niets met ‘onwerkelijk’ of ‘buitenaards’ te maken had. De steen begon - doordat hij hem steeds benaderde en de steen daardoor groter groeide - zoveel ruimte in te nemen dat hij zich in zijn prefrontale cortex boorde. Het drukte op zijn hogere hersenfuncties, op het gebied van informatieoverdracht tussen de neuronen, het gebied waar zich toekomstplannen vormen. De neuronen die zijn onafhankelijkheid bewaakten werden bijkans geplet onder het gewicht van de steen, barstten open en liepen leeg. Moed en een eerlijk leven, zichzelf volgen; hij voelde hoe de steen hem zó begon te beheersen dat hij zijn zijn zag weglopen van zichzelf. Hij trad uit zichzelf, en met een lege, gevoelloze blik zag hij hoe hij als Stenen Man voortleefde.
Of nu ja, leefde... dat dacht hij dan maar, want in de Stenen Man was geen spoor van vivre te ontdekken. Hij liet steeds vaker verstek gaan als we iets hadden afgesproken, hij meed mij en de rest van de wereld, en het ergste was dat ik zijn wereld zienderogen zag vernauwen tot een lelijke verzameling van basisbenodigdheden, zorgen en soms moedeloosheid. De Stenen Man, zijn oude zelf, kon geheel niet bewegen maar ging er toch met zijn zekerheden, zijn vrijheden en zijn leven vandoor. Stilstaand verwijderde De Stenen Man zich verder van hem. De steen was niet-operabel, zo vertelde hij me. Ik heb dat nooit geloofd, maar dat doet niet ter zake. Hij geloofde het, dus was het waar. Ik gaf hem niet op, en kon slechts hopen dat hij zichzelf ook niet opgaf. Niet toegaf.
De Roodschijnende Ster met Twee Gezichten Tot hij Water ontmoette. Hij ontmoette Water, Water begaf zich op elke mogelijke manier om hem heen, omringde hem, hij stond het toe, ze waste hem en maakte hem rein, en begon de steen zachtaardig en zorgvuldig te slijpen. Water was als een Boogschutter, een Centaur, “the red star that shines at evening with two faces”. De steen boette langzaam aan omvang in. Water nam geen genoegen met een gladde versie van de steen, nee... Ze sleep hem langzaam weg. Met haar twee roodgloeiende gezichten, twee benaderingen. Het rationele gezicht: de systematische, die beredeneerde dat het gewoon dom was om Medusa in de ogen te kijken, om de steen aan te raken, maar je er beter omheen kunt voelen. En het magische, sensuele, passionele gezicht: zij leerde hem niet zozeer weerstand te bieden als wel boven Medusa te staan. Over haar heen te kijken, door haar heen te kijken. Hoe? Waarmee? Noem het de kracht van het magische. Noem het liefde.
Water ondertussen sleep en sleep en sleep,ze kon niet stoppen omdat ze zo Groot was, een lichaam en geest langgerekt als een rivier die wel moet stromen en wassen, slijpen. Hij voelde het slijpen in zijn hoofd - gchchchhch schchchchc- de Kleinering van de steen die tot zand verwerd. Hij voelde hoe de stenen in zijn hoofd weggeslepen werden door Water, pijnlijk maar vruchtbaar. En hij voelde weer hoe zijn neutronen voorzichtig boodschappen overbrachten, hoe De Stenen Man niet langer van hem kon wegrennen. Hij voelde hoe hij zichzelf hervond. Hoe de vier jaar durende jeuk verdween, deze dag. 2001-2005. Hoe hij zong, deze dag. Hoe hij glimlachte, deze dag.

