<<Vorig Archief | Volgend Archief>>

2005 - #03 Xiu Xiu - La Forêt

Xiu Xiu - La Forêt

Talk Amongst The Trees is Eluvium's derde plaat, en veruit de beste. Matthew Cooper's soundscapes, met langzaam herhalende, verweerde geluidspatronen, brengen me -I FELT PEACE INSIDE MY HEAD- pardon, brengen me in zo een heerlijke trance, een lucide droom waarin ik -PLEASE PLEASE PLEASE- waarin ik helemaal opga. Ik ben vochtige lucht die opgaat in de dansende mistvlagen. Opener 'New Animals From The Air' is als een ladder, het constant herhaalde klankmotief brengt -SWALLOWED A CLOVER, MADE OF LEAD- ... brengt me hoger en hoger. Niets anders kwam zo dichtbij dat ultieme Stars of the Lid-gevoel als -YOU LOOK SO READY TO KILL ME- als Eluvium. Het zestien minuten durende 'Taken' is het absolute hoogtepunt. IJs en warmte komen samen in een wonderlijke bries van drones en feedback, die het hoofd -DON'T WALK LIKE MY SINGLE HOPE- die het hoofd volmaakt leeg maken. Vervoerend, volmaakt. Bliss.

Het het... nee wacht, het is...

"You try so hard to be
As sweet as you can for me
But i dont see you for who you are
Rose of Sharon in my failing light!"


Dit werkt dus niet... Deze derde plek behoort toe aan Eluvium, maar Xiu Xiu's Jamie Stewart blijft maar inbreken. Hij blijft prikken in de wond die hij jaren geleden in me kerfde, de wond die vorig jaar het hevigst bloedde. Achter de wond zit een weg, eenrichtingsverkeer naar mijn hart, naar daar waar het pijn doet. Maar het is een onweerstaanbare pijn, ik wil het opnieuw en opnieuw voelen. Ik kán hem gewoon niet wegjagen of uitbannen. Stewart is een indringer, onuitstaanbaar maar ik kan niet stoppen van hem te houden.
Het is een hele rare, verwarrende liefde. Masochistisch en teder, schokkend en oprecht, seksueel verwrongen maar zielsverwant. Hij staat naakt model als ik mijn zelfportret schilder, maar is even zo goed de opgerookte sigaret die ik hard in een volle asbak duw. Push/pull.

Het voelt niet geheel als een vrije keuze, maar Xiu Xiu's La Forêt staat stevig op nummer drie. En dat vervult me met evenveel afschuw als blijdschap.



.


2005 - #04 Colleen - The Golden Morning Breaks

Colleen - The Golden Morning Breaks

Vanuit het stralende zonlicht, links imposante bergen en rechts de stuwende zee, zie ik gehuld in een boogpoort enkel zwart. In al dat zonlicht, het licht dat ik bewust heb opgezocht, licht dat ik nodig had en waarnaar ik verlangde, trekt toch dat zwarte. Als was het zwart het licht zelve.

Ik zet voorzichtige stapjes. Mijn voeten twee blindenstokken, voelsprieten die ik het duister voor me injaag om op onderzoek uit te gaan. ‘Kan mijn lichaam overleven in deze donkerte?’, dat is het enige dat telt. Mijn rechtervoet voelt plotseling geen aarde onder zich, en valt. Valt diep, als een slaap. Net als de linker, een seconde later. De zuigkracht van de duisternis slokt mijn hele lichaam op, het verdwijnt in het niets.

Lichaamloos ga ik verder door de grot. De wand links van me flikkert, kaarslicht danst op de eeuwenoude muren. Druppen ijswater laten zich langzaam langs de wand glijden en vallen op een klokkenspel met glazen plaatjes. Het geluid van de druppels, vallend op het klokkenspel, bestaat niet buiten deze grot, is ongekend. Hangende, glijdende, eenzame noten die de muren bewandelen, extreem goed ontwikkeld en gevormd op weg naar een einde. Zelfverzekerde klanken in het naakte niets, die hun leven geven en uiteen spatten om geluidjes te produceren die mooier zijn dan ik ooit heb gehoord.

Rechts, in een krocht, verschijnt plotseling een harp. Onzichtbare vingers strelen de snaren, snaren die lijken op een aaneenrijging van de vele druppels die ik eerder zag. Achter me klinken vage cello- en orgelklanken, een roep van buiten. Maar ik ben buiten bereik.

Mijn geest wordt als vanzelf voortgetrokken door deze grot, deze tunnel van droom. In een inham, met een klein vuurtje dat brandt op niets, word ik in een kring met onzichtbaren neergezet. ‘I’ll read you a story’. Het is een woordloos verhaal, slechts opgebouwd uit tingeltjes, maar het is alsof ik nooit eerder een verhaal zo goed heb begrepen. De stem prevelt klankjes van een harmonium, en een koor van muziekdoosjes vertelt de diepere laag achter dit ontroerende verhaal vol mysterie en droom, golvend op een zee ver weg. Dit... dit zal ik nooit kunnen navertellen...

In hypnose drijf ik verder, ‘Bubbles Which On The Water Swim’. Ik drijf verder en wordt achter een typemachine gezet. Langzaam, twijfelend eerst, druk ik de toetsen in. ‘Mining in the Rain’. Een ander, negentiende-eeuws muziekdoosje stoot verweerde klanken uit. En op die typemachine schrijf ik iets wat op dit stukje lijkt. Het papier moet ik achterlaten, maar de droom is in inkt gezet.

Ik zweef naar het in een boogpoort stralende licht. Exit. Ik ben nog mij, maar nieuw. De gouden morgen is aangebroken, en alles ligt stil.

.




2005 - #05 Sufjan Stevens - Illinois

Sufjan Stevens - Illinois

Sufjan Stevens invites you to: Come On Feel The Illinoise! Het bleek een onweerstaanbare uitnodiging. Dat zoveel anderen daar hetzelfde over dachten, verbaasde me in het begin wel. Michigan, dat al hintte naar het genie dat Sufjan is, kreeg toch aanzienlijk minder aandacht, en dat gold zeker ook voor het nog mooiere, diepreligieuze Seven Swans. Die plaat maakte dat ik Sufjan niet meer uit het oog wilde verliezen. Zijn stem klinkt er het mooist, de muziek is zowel verstild als bezwerend, en ik stoorde me wonderwel niet aan de omineuze religieuze referenties in de teksten. Ik had Sufjan gevonden, of hij mij.

Illinois was en is eigenlijk nog steeds een ‘mond open’ plaat. Na talloze draaibeurten over de speakers en in mijn hoofd kan ik er nog nauwelijks over uit hoe fantastisch deze plaat is. Illinois is een allesomvattend epos dat ontroert en opwindt, en me onontkoombaar weer doet inzien hoe blij en gelukkig ik toch van muziek kan worden. Het is vooral zijn zijdezachte, troostende stem die me zo raakt. Dansen met het geestige, lieve ‘Decatur’, kippenvel bij ‘Casimir Pulaski Day’ (“And he takes and he takes and he takes…”) en ‘John Wayne Gacy Jr.’, een krachtsinspanning die hij glansrijk doorstaat...
En zo gaat het maar door: Sufjan zingt liefde, fluistert troost en fluwelen weemoed, rockt opwinding en euforie. Verstilde liedjes gaan hand in hand met musicalesque samenzang en bonte miniatuurtjes met een zweem van rockopera, waar je de confetti welhaast uit de blazers kunt horen knallen. En dan ook nog afsluiten met een minimalistisch kunststukje dat aan Terry Riley en Steve Reich doet denken. Illinois is een fabuleuze lofzang op het ware evangelie, muziek.

Maar veel verder kom ik niet. Dit is de plaat waar ik verreweg het minste aan toe te voegen heb; alles is al zo vaak gezegd en geschreven. De vele aandacht maar ook het concert hebben er voor gezorgd dat ik toch minder naar deze plaat ben gaan luisteren, hoe prachtig ook. Ik val terug op Seven Swans, die iets meer ‘van mij’ lijkt. Dat is niet snobistisch bedoeld. Liever Sufjan all over the place dan 50 Cent. Het maakt deze wereld al een stukje beter. Maar ik moet af en toe in retraite. Vanuit dat holletje kruip ik dan Illinois wel weer in, om opnieuw met open mond van verbazing te vallen voor deze overdosis aan schoonheid en liefde.

.




2005 - #06 Tape - Rideau

Tape - Rideau

Een granieten gesteente, duizenden imposante meters lang, uitgestrekt langs Scandinavische kusten waar golven vernietigend op het land beuken. Microscopische levensvormen veroveren het land, rukken op over de branding, over het zand, over het gesteente. De wind blaast vruchtbare zeelucht en lichtflarden van ver weg over dit land dat van niemand is. Zilt speelt een spel met organismen. Er wordt een pact gesloten, besloten tot een zelfopoffering om dit koude gesteente te begroeien. Mos. Mos kruipt krakend uit naden en bijt zich vast op de harde ondergrond. Schakeringen van geelgroen razen over het gesteente, geen centimeter gelijk van kleur. Eeuwige herfst. Zuurstof stijgt op en frivole plantjes en begroeiing glijden over twijfel en toeval, stoppen het toe. Repetitieve groei onstuitbaar, elke nieuwe aanwas een mijlpaal. Leven over dood op het land dat van niemand is.

...

Het gesteente is samengeperst en de lucht in gedwongen, gevangen in verbogen dwangbuizen van metaal, beton en glas. Voor mos is geen plaats meer, enkel planologisch verantwoord miniatuurgroen op de hoek van een al even zo planologisch verantwoord aangelegde straat, in steden van Lego. De wind hoest van het vuil en houdt ons ’s nachts wakker. Als schaakstukjes op de loop verplaatsen we ons altijd van en naar iets, de geelgroene kleur van de Eeuwige herfst hebben we al honderden jaren niet gezien. Dood over leven in het land van ons allen.

...

Ik wil overgroeid worden, zien hoe lianen vanuit het niets om mijn lichaam krullen, de geur van een in de lucht bloeiende bloem ruiken en weg zijn. Weg van het beton dat niet laat ademen, weg van de geordendheid, weg uit Legoland. Ik wil dat elke xylofoonklank een waardevol besef is, dat de ijle orgellijnen danskoorden zijn waarover ik kan rennen, en dat deze langzame trompettonen een regenboog vormen waarop ik omhoog kan glijden. Daar zie ik hoe de hypnotiserende drones als ruitenwissers het land onder me vervagen. Natte grijsblauwe verf wist de landkaart uit en het groen komt terug. Mos neemt over.

...

Terug in Amsterdam. Ik zie geen beton en verwrongen staal meer om me heen. Lantaarnlicht waait mijn longen binnen, oranjebruin herfstgeluid suist om me heen. Mijn hart, groen begroeid, klopt warm. Ik loop door het land dat van niemand is, en ben thuis.




2005 - #07 Brian McBride - When The Detail Lost It's Freedom

Brian McBride - When The Detail Lost It's Freedom

”In retrospect, it probably has to do with some of my weaker moments. Which is all fancy code for: it was therapy during a divorce and a move to a city which thrives on sucking the life of out people's souls.”
Brian McBride




Toen
Het was een revelatie om dit jaar weer nieuwe muziek uit de Stars of the Lid-hoek te horen. Het nieuwe album van het Amerikaanse droneduo – voor mij absoluut onaantastbaar, voor altijd - laat almaar langer op zich wachten, maar de soloplaten maken het een meer dan draaglijke zit. Na Adam Wiltzie’s The Dead Texan liet dit jaar ook Brian McBride van zich horen. Ik vond het eerst vooral fraai hoe de soloalbums hun beider rol in Stars of the Lid leken te onthullen, maar ik zie nu dat het veel meer is dan dat. Stars of the Lid is een compromis – wat leidt tot de meest prachtige muziek die ik ken – maar het is wel eens fijn om naar rechts of links mee te buigen, wuivend horen waar beide individuen voor staan.
Brian McBride bewijst met ‘The Detail Lost It’s Freedom’ meer van klassiek ceintuur te zijn, meer vergroeid te zijn met stiltes en melancholie dan Wiltzie. Een recept voor schoonheid. Deze plaat is een lagune van drones in hun meest vloeibare vorm; langzame, langgerekte, ijle klanken, afgewisseld met meervoudige strings en stiltes. Stiltes van viool, stiltes van cello, stiltes van stilte. Het perfecte amalgaam van dromerige elektronica en dromerige klassiek.

Ondertussen
Tweede Kerstdag. Het sneeuwt, vlokken blijven liggen, ik volmaakt in warmte met mijn lief. Voor het eerst lees ik vanavond op internet over het verhaal achter deze plaat. Nooit geweten (begrijpelijk), maar nooit vermoed (ongelofelijk). McBride maakte deze plaat in een voor hem moeilijke periode. Een verhuizing van Chicago naar Los Angeles (’the city which thrives on sucking the life out of people’s souls’), en een scheiding. Maar dat is niet alles. Zijn ex-vrouw en zijn aanstaande vrouw worden verenigd op dit album. Beide mogen ze zingen in de enige twee nummers op deze plaat met zang.
De ex, Cheree Jetton, zingt op ‘Our Last Moment in Song’. Die titel, de vrouw waarvan je afscheid neemt... Jetton zingt als een engel, maar wel een die langzaam afdrijft, aan het verdwijnen is. Ze zingt haar bij hem vandaan. Zijn verloofde, Cheri Keating, komt tegen het einde van de plaat. Ze zingt op ‘The Guilt of Uncomplicated Thoughts’. Weer die titel... schuldbewust maar de bron van zijn vreugde. Op een bedje van langgerekte pianoklanken en zowaar ietwat luchtig klinkende gitaar klinkt Keating óók als een engel, maar sterker, meer aanwezig. Hoopvol ook, is de muziek, als een voorspelling, een coda. Bij beide nummers zat McBride achter de knoppen. Hij schreef die nummers naar het ontwerp van zijn gevoelens.

Nu
Ik wist tot vanavond niets van deze achtergrond. Het spreekt ook voor McBride dat deze cruciale omstandigheden niet doorklinken in de plaat. Niet als je het niet weet, tenminste. Het is een zwaarte onvermoed. Het getuigt van ruimhartigheid: de betekenis van zowel je ex als je toekomstige vrouw erkennen en dat verenigen in het document dat ‘The Detail Lost It’s Freedom’ aan het worden is. De plaat schrijft verder aan zichzelf, laat verleden en heden samen de weg kiezen die het beste voor hen is. De muziek is wel gedragen, maar weet me keer op keer te bevrijden: het laat mijn eigen zwaarte juist van me afglijden. Kin ietsje omhoog, ogen halfopen, een zuinige glimlach, contentie; want het stroomt en het vloeit en brengt me in mijn eigen veilige haven. Hier hoor ik thuis. In dubbelzinnigheid, in fabuleuze introspectie, in gratie.




2005 - #08 Bright Eyes

Bright Eyes

My dearest Gerard,

Ik heb me teruggetrokken aan de oevers van de Platte River, in mijn zo geliefde, verfoeide Nebraska. Wijn binnen handbereik, pen, papier. Je brief, die ik vorige week ontving, verschilt niet zoveel van de vele brieven die ik dagelijks krijg. De luisteraar ervaart een sterke band met mijn muziek en mijn persona, en wil dat tot uitdrukking brengen. Wil die onzichtbare band zichtbaar maken. Duizenden vellen papier met dankwoorden, liefdesbetuigingen en diepe beschouwingen over verwantschap heb ik gekregen. Ze doen me eerst vooral blozen – nog steeds – maar geven uiteindelijk een gevoel van machteloosheid... Wat moet ik terugschrijven? Móet ik wel terugschrijven?

Ja, naar jou toch wel... Ik heb een dik jaar toeren achter de rug. Gekte. Teveel drank, teveel sigaretten, en gekte (ik schrijf dit enkel omdat ik uit jouw brief begrijp dat je er iets van snapt. Heb ik het mis, gooi deze brief dan nu weg. Ik meen het!!). Voor de Kerstdagen ben ik even ‘thuis’, om mijn pa en ma op te zoeken, en om dronken te worden met wat oude vrienden. Al heb ik nauwelijks nog een idee wat thuis is. Het reizen en spelen scheurt me meer uiteen dan dat het mezelf samenbrengt. Enfin, ’t is niet de Kerst die ik verkies, maar iets dwong me hierheen en ik ben te lamlendig om daar tegenin te gaan. Het is wel ‘mijn kleine zelf’ die hier wortelt (ik zou het nooit zo noemen, jij deed dat!). En stiekem - tussen ons - ik kan er wel in meegaan.

Dank voor je mooie woorden over Digital Ash in a Digital Urn en I’m Wide Awake It’s Morning. Ik begrijp ook wel dat je de vurige intensiteit van Lifted... mist, die zit er ook niet in. Ik kon alleen geen kant op. Ik moest het ditmaal wel in tweeën opdelen, twee platen. Ik kreeg het gewoon niet samen. Digital Ash is meer samenhangend, dat klopt. Maar donkerder; uithoekjes van nachtmerries tot muziek gemaakt. En ja, in die nachtmerries wordt zeker gedanst, wat dacht je!? ‘Arc of Time’ (“And we’ll do the dance that was choreographed at the very dawn of time.”) is een dans, met de andere zijde losjes hangend in liefdevolle armen. Wide Awake is meer teruggetrokken, maar uiteindelijk misschien wel oprechter, reëler. ‘Lua’, ‘Landlocked Blues’ en ‘Poison Oak’ had ik niet kunnen schrijven zonder eerst alle kritiek waar je het over had naast me neer te leggen. Het is wie ik ben, en ik weet dat dat tot in den treuren als ‘klein, onvolwassen, pathetisch’ wordt omschreven. Maar je hebt me allang overtuigd dat je het niet alleen herkent, Gerard, maar ook zo voelt soms. Natuurlijk hoor en lees ik die kritiek, maar weet je, ik word er zo moe van. Moe van mezelf, voornamelijk, omdat het over mij gaat. Maar je brief sterkt me erin me daarvoor niet te schamen. It's me, Conor, fuck it.

Mijn wijn is op, en that means trouble. Ik moet straks terug naar het huis van mijn ouders, waar pa en ma gedwongen samen zijn – onder het mom van ‘we doen het voor de kinderen’. Yeah right. Ik weet nog hoe we samen whisky dronken, daar. En je me vertelde over dat kleine onzekere jongetje in je dat maar blijft, de muziek, die vrouw. Het jongetje, de muziek, de vrouw: ik ken ze ook. En steeds beter, goddank. Ik kom snel weer in Nederland, laten we dat weer doen Gerard.

With love,

Conor



Kerst zorgt voor een Bonanza-achterstand, maar die zal de komende dagen worden ingelopen.




2005 - #09 Alva Noto & Ryuichi Sakamoto – Insen

alva noto & ryuichi sakamoto - insen



Piano in de sneeuw

Van alle platen uit dit lijstje heb ik Insen verreweg het minst vaak gedraaid. Luisteren naar Insen is me met zwaarte omgeven. Zoveel zwaarte dat het mijn kamer en mijn gezichtsveld doet verkleinen. Er komt druk te staan op mijn muren, mijn eigen vlees en bloed, mijn gedachten. Dat gevoel blijft, en is de volgende keer niet weggevaagd door onbevangenheid.

Ik weet dus waaraan ik begin als ik Insen opzet. Een dichte mist komt de kamer en oren indrijven: hangende pianoklanken en microscopische ruisdeeltjes, een onhoorbare, zwaar drukkende basdrone; deze muziek is moeilijk te verteren soms. Het sluit me eigenlijk op in mezelf. Bovendien kan ik niet anders dan er een serieus - zeg maar gerust ernstig - gezicht bij trekken, heb ik gemerkt. Nu ben ik dat wel gewend, maar een uur ernstig kijken doet hetzelfde met je gezichtsspieren als een uur lachen. Je verkrampt, je spieren worden stijf. Insen is stijve, topzware melancholie.
Maar wel zo zwaar dat het bijna niets kan wegen. Want deze plaat is paradoxaal genoeg ook erg meditatief, licht en wit. Blank, Japans. Eén beeld raak ik niet kwijt: Een piano in de sneeuw, de toetsen die schijnbaar uit zichzelf bewegen, en je hoort slechts perfecte stilte. Je kijkt uit je raam en ziet de piano daar staan, buiten, met de pootjes in de sneeuw, de meest wonderlijke muziek spelen. Terwijl het zo hard en onhoorbaar sneeuwt.

Insen is eigenlijk vrij simpel van opbouw. Ryuichi Sakamoto speelt piano, Carsten Nicolai (Alva Noto) voorziet die klanken van een onder- en overgrond. Sakamoto speelt bedachtzaam en traag, onverstoorbaar en eigen. Hij blijft veelal in hetzelfde segment spelen. Op een enkele hogere of hard aangeslagen lage toon na, zit er geen uitbundigheid in zijn spel. Hoe vrij hij ook speelt, er zit toch iets gereserveerds in: Dat kan wijsheid zijn, of spaarzaamheid. Zwijgende muziek. Zijn aanslagen lijken te blijven hangen in niet al te hoge toppen van bomen waar ik onderdoor loop. Hoe spaarzamer zijn spel, hoe drukkender de lucht.
Voor het tweede spoor zorgt Nicolai, met zijn minimale elektronische klanken van mysterie en glitchritmiek. Hij geeft de kale pianoklanken houvast, of beter: een lucht waarin ze kunnen blijven drijven. Hij is de man ook die het laat sneeuwen, die de zwarte piano doet blinken in het sneeuwwit. Af en toe trekt hij Sakamoto's tonen uiteen en speelt hij er mee, om met kleine deeltjes van één toon nieuwe tonen te construeren. Nicolai bestelt een hevige maar nauwelijks hoorbare bui van kleine flardjes ruis en geluidsvlokjes die door je hoofd gaat stormen. Maar de symbiose tussen de elektronica en de zo akoestisch, bijna ouderwets klinkende piano is zó volmaakt dat het de zwaarte plotseling ontstijgt.

Dat is het moment dat de druk van je schouders glijdt, dat die drukkende, verstikkende melancholie in lucht oplost. Kijk uit het raam: alles is wit, het sneeuwt hevig, de snelheid waarmee sneeuwvlokken de aarde raken is duizelingwekkend, maar je hoort niks. Het is zo stil als maar kan. Je gezicht trekt bij, spieren ontspannen. Het is alsof je ontwaakt in de naakte, bleke schoonheid van sneeuw. De melancholie van een zwaarmoedig makende regenbui wordt gegrepen en omgezet in spiegelend ijswater, onschuldig en puur.


Verhuisbericht

Dit blog wordt voortgezet op dronkenschip.nl.



2005 - #10 Sunn0))) - Black One




De uitzondering bevestigt altijd de regel. Muzikaal gezien was dit absoluut het jaar van de ambient, kort gezegd om de reden die Brian Eno in 1978 zo mooi verwoordde: “Ambient Music must be able to accommodate many levels of listening attention without enforcing one in particular; it must be as ignorable as it is interesting.” Ambient was goed voor me dit jaar, omdat het zo goed te negeren is. Dat doet niets af aan de schoonheid en intensiteit van de muziek, ik luister al zo lang naar ambient dat het in mijn hart gebeiteld zit. Op een manier zoals een ruimdenkende muziekliefhebber uiteindelijk toch bij zijn of haar metalroots kan uitkomen, zo kom ik telkens weer uit bij ambient. Het is de enige muziek die ik voor langere tijd van me af kan zetten – ignorable – terwijl dat toch niets afdoet aan de kracht er van - interesting. Of: lovable. Nog geen deuk in een pakje boter versus een mokerslag.

Ik ben weinig echt overweldigd door muziek dit jaar, en dat komt vooral omdat ik daar de tijd en rust niet voor had. Het hoofd zo stampvol andere dingen, zoveel andere bezigheden en veranderingen en gedachten die al mijn energie opgebruikten, dat er enkel sprake was van ‘gereguleerde overweldiging’. Dat mag een muziekliefhebber (als ik) als een gruwel in de oren klinken, het is minder erg dan het klinkt. Als datgene wat al je energie opzuigt maar nóg beter is dan muziek en muziekbeleving. En in mijn geval was dat voor het overgrote deel zo. Zo een fantastische liefde als ik dit jaar heb mogen genieten – en nog steeds goddank – doet de muziekbeleving degraderen. Mijn muziekbeleving bestaat voor een groot deel uit introspectie, een inwaartse afdaling/dwaling, met grote achting voor Romantiek en ruimte om te zwelgen, stilletjes te schreeuwen en zoeken zoeken zoeken. Tot het gevoel sterft door een overdosis euforie of treurnis. Dan is het tijd om onder de lakens te kruipen, energieloos, leeg maar o zo vol.

Álles kon ik muziek vaak niet geven dit jaar, merk ik nu in retrospectief. Maar ik heb er geen minder muziekjaar om gehad, zelfs een onmetelijk veel beter jaar als geheel. De Romantiek van muziek is ook niet verdwenen, maar moet gewoon vaak passen; het alternatief is zoveel beter. En een enkele keer liet ik me ook wél vloeren. The Arcade Fire in de Melkweg, Animal Collective in Paradiso, momenten bij enkele platen die nog volgen in dit lijstje... Maar echte muzikale doodsromantiek, gaan tot het alles verscheurende, modderige einde, overkwam me dit jaar nauwelijks.
... Op één plaat na. Die overweldigde wél zo, zo onverwachts. En dan was het nog een derde poging ook. De eerste poging was ‘Teeth Of Lions Rule The Divine’. Warm gemaakt door het besef dat dit een nieuwe duistere kant was om te ontginnen, liep ik nietsvermoedend dat universum in om er direct weer uitgesmeten te worden. “Wat dacht je wel niet? ‘Zo maar’ even genieten van die plaat? Kom over een paar jaar nog eens terug man, jij hebt hier niets te zoeken. Wegwezen.” Ik werd er doodziek en angstig van, van die plaat. Sunn0)))’s ‘White 2’ veranderde dat al een beetje. Ik wist dat het kón, dat er ergens een ingang was naar dat duistere rijk. En ik liet me niet zomaar wegsturen, oh nee. De portaal met duizenden deuren fascineerde, bracht in trance, maar... ik kon de juiste deur naar de onderwereld maar niet vinden en gaf het moegestreden op.

De verlossing kwam echter dit jaar. Overweldigend, onverwacht: ‘Black One’ van Sunn0))). Al struikelend was ik vastberaden het met de nieuwe Sunn0))) nog maar eens te proberen, maar zeker van een goede uitkomst was ik allerminst. Liggend op de woonkamervloer, de vlammetjes van mijn kaarsen die reusachtige duistere schaduwen op de muren wierpen in een donkere kamer. Liggend op de grond zag ik hoe de schaduwen hun borsten oppompten, als geesten heen en weer wiegden, en steeds dichterbij kwamen, dichterbij dichterbij dichter dichtst en explosie! Hart open, dikke zwarte stralen kruipend over loodzware drone-riffs gleden binnen en ik raakte vervuld. Ik heb geen gelovige achtergrond, maar het is zo lekker omdat het verboden voelt. Het is onontgonnen terrein. Het is donkere magie. Het is de ontdekking van een nieuwe wereld. Het is de uitzondering die de regel bevestigt... Een overwinning op mezelf die ik voor de helpoorten heb moeten wegslepen.


2005 jaarlijst Bonanza!

De 2005 jaarlijst Bonanza én mijn nieuwe blog is met bovenstaand stukje in effect. Kijk ook bij mijn mede-bloggers voor meer moois:

moniiq
Marieke
Bas
Joris
Ludo
Roy
Willem

Proost allen, op een behouden vaart!


Annonce: Dronkenschip.nl

Een nieuw weblog, en nieuwe woorden

Het zal de oplettende lezer niet zijn ontgaan; het wil niet recht vlotten de laatste tijd met het blogschrijven. De redenen zal ik je besparen, maar het is duidelijk dat er weer iets moet gebeuren. Iets nieuws, iets opwindends, en bovenal iets met woorden.

Allereerst die woorden: de muzikale jaarlijst over 2005 biedt uitkomst, trekt uit het slop en rotst in de branding! Ik zadel mezelf dit jaar wederom op met de helse taak om het jaar te besluiten met mijn muzikale top tien. Vorig jaar heb ik met Omar en Bas eenzelfde jaarbesluit ondernomen, en dat werkte louterend. Het idee is simpel: Vanaf 22 december verschijnt er elke dag een verhaaltje op mijn nieuwe blog over een plaat die mijn jaarlijst heeft gehaald, beginnende bij nummer 10 op 22 december, eindigend met nummer 1 op 31 december. Tot mijn grote geluk zijn mijn vrienden en mede-bloggers Moniiq, Marieke, Bas, Joris, Ludo, Roy en Willem ingegaan op mijn verzoek om mee te doen aan deze ‘2005 jaarlijst bonanza!’ Ook zij onthullen aan het eind van het jaar hun jaarlijstje. Hoe dan ook, een bijzonder project wordt het.

Vorig jaar deed ik het zo (naar benee scrollen). Ergens is het vreemd om dat nu terug te lezen. Tussen de woorden en regels door zie ik mijn gemoedstoestand en schrijftrant van toen terug. Zo ontzettend helder, maar tegelijkertijd zo nutteloos nu. Want hoe mijn jaarlijstje er dit keer uitziet weet ik nog geheel niet. Welke woorden bij die platen horen is me al helemaal een raadsel, maar dat is vast ergens diep vandaan te halen. Ik vertrouw daarom op een goede afloop. En is dat niet waar het einde van het jaar enkel om vraagt, een afloop?

Dit blog loopt ook af, is al over de uiterste houdbaarheidsdatum heen. Daarom is het ook de hoogste tijd voor een nieuw begin. Voortaan zal ik mijn dronken vaart hier voortzetten. Dronkenschip.nl. Waar het meer stormt, meer golfslaat en de zeeën opener zijn.