<<Vorig Archief | Volgend Archief>>

MRI

MRI/scan



Een zoektocht naar de oorzaak, geen risico's nemen, alles uitsluiten. Dat was het devies. En dus schudde de neuroloog een scala aan onderzoeken uit de mouw. Naast een EEG-scan, een TCD-scan en een Duplex-onderzoek, ook een MRI-scan.
Ik blijk een dure jongen.
Magnetic Resonance Imaging. Supergeleiding, lineaire elektromagnetische velden, om elkaar heen draaiende spoelen, klappende geluiden, met mijn hoofd als speelveldje. Het lijken woorden uit een vreemdsoortig poëzie, poëzie die zich afspeelt op het scheivlak van geavanceerde wetenschap en emotie.

Ik was al gewaarschuwd voor de enorme herrie die het apparaat maakt. Maar ik mocht zelf muziek uitkiezen die in de MRI-tunnel gedraaid zou worden. Ik wist eerder wat ik niet wilde horen dan wat ik wel wilde horen. Zo was Plastikman’s Closer het eerste dat me te binnen schoot; een extreem ongeschikte kandidaat. Claustrofobische, duistere ‘minimal’ die je schedel openbreekt en de blijde boodschap ‘disconnect my brain’ herhaalt, neen dank u. Ook Dopplereffekt’s Linear Accelerator kwam direct binnendrijven, maar leek me eveneens een slechte keuze. Deze ooit door Omar treffend omschreven plaat ("Pink Floyd voor depressieve rekenmachines") kwam het meest in de buurt van mijn verwachting omtrent het apparaat, maar leek me geenzins geruststellend. Daarom ging uiteindelijk Arvo Pärt's 'Spiegel im Spiegel' van Für Alina mee in de tas.

Maar de radiologie-afdeling leek verdacht veel op de normale wereld: niets gaat zoals verwacht. Na enig beraad werd besloten mijn verblijf in de MRI-scanner te verlengen, en in tegenstelling tot wat was afgesproken kreeg ik toch contrastvloeistof ingespoten. Muziek? Dat kon helaas niet. Met mijn hoofd vastgeklemd tussen drie rubberen schotjes was er voor een koptelefoon geen ruimte. Bovendien zou de magneet het ding verzwelgen. Aanpassen.

De radioloog schoof me de tunnel in. Mijn hoofd lag vast, ik kreeg een kap over mijn hoofd en zag op 10 centimeter boven me de wand van het apparaat. In mijn rechterhand lag een 'alarmballetje' voor het geval ik het niet meer uithield. Plotseling begreep ik hoe een astronaut zich moet voelen, diep in de ruimte. Liggend in de capsule, zwart rondom, enkel contact met de controlroom via een krakende intercom.
"Gaat het goed, Gerard?"
"Het gaat redelijk, ja"
"Ik begin met een programma van tweeënhalve minuut."
"Okay."

Dopplereffekt's Linear Accelerator is de enige plaat die ik ken die zich bij benadering een sonische variant mag noemen op het het universum van geluid dat een MRI-scanner voortbrengt. Althans, het is niet eens echt een plaat die er op lijkt, maar ik acht Dopplereffekt het meeste in staat om het geluid van een MRI-scanner te benaderen danwel creatief te simuleren. Maar dan nog is het allemaal schromelijk onvoldoende, vergeefse moeite: de geluiden die de MRI-scanner mijn oren inblies zijn volstrekt onvergelijkbaar met alles wat ik ooit eerder in mijn leven heb gehoord.
In stereo werden mijn trommelvliezen geprikkeld met even angstaanjagende als fascinerende geluiden, telkens in een strak ritme. Herhaling, terwijl de contouren en details van mijn hersenen in duizenden plakjes gedissecteerd werden. Elk plakje zijn eigen unieke visualisatie op scherm, terwijl door de herhaling en metalen hardheid van het geluid er na verloop van tijd delen van het geluid leken weg te vallen. Alsof verschillende geluiden elkaar uitschakelden en het midden vonden in de stilte. Alsof je inderdaad de ruimte indrijft.

Na ruim een halfuur haalt de radioloog me terug naar de aarde. Hij legt nog wat uit over de diverse mechanismen en de tijd die hij nodig heeft de verzamelde data te verwerken. Kwestie van uitslagen afwachten, analyses, 'erg spannend', et cetera. Met mijn lief baan ik me een uitweg door de corridoren van het ziekenhuis. Ik ben duizelig.
Eenmaal buiten overvalt het licht van een bewolkt maar witte lucht me. We zijgen neer op een bankje. En ik hoor nog steeds de scanner.

.


(Dit geluidsbestand benadert het geluid van een MRI-scanner. Wat ontbreekt is het indringende, metalige karakter van het geluid en het kille gevoel van het apparaat om je heen, van jou in het apparaat.)




Sleutel

Sleutel



"Kijk maar... De cilinder zat compleet vastgeroest. Ik heb 't hele ding moeten doorflexen om 'm los te krijgen. Dit slot is al tientallen jaren oud zeker?"
Ik knikte afwezig en keek omhoog. Een enkel plukje wolk benadrukte de blauwe lucht die zich lente voelde.

De slotenmaker ('sluiter' zou een mooiere functieomschrijving zijn, bedacht ik me) klopte op de deur van mijn kantoor. Hij was klaar met het vervangen van het slot in de achterdeur van het bedrijf. Ook sloten geven eens de geest, moe en murw van jaren sluiten en openen.

Het nieuwe slot maakte in één klap een hele generatie sleutels overbodig. Zo kwam mijn eigen glimmende, slechts licht bekraste sleutel al na zes jaar trouwe dienst aan zijn vroege einde. Ik legde hem met platte hand resoluut op mijn bureau en stond kort stil bij zijn nieuw verworven overbodigheid.

Collega L. werd plechtstatig toen hij hoorde van het nieuwe slot. "Dan zal ik mijn sleutel nu ook maar inleveren," zei hij, graaiend in zijn jasje naar zijn sleutelbos. In zijn ogen glinsterde een verhaal niet eerder verteld. Hij pulkte na enige tijd zoeken een bronskleurige sleutel van de ring. "Dit is een sleutel met een verhaal," zei hij terwijl hij de sleutel tussen duim en wijsvinger omhoog hield. "Ondanks die volle sleutelbos hoef ik nooit te zoeken om de sleutel van deze achterdeur. Het is de meest gladde, ik pak hem op de tast uit mijn zak. Deze is verreweg het meest gebruikt. Het is de sleutel van je opa."

Flitsen... Haren achterover gekamd, kringelende leeuwenrimpels rond de mond zoals ik ze ook draag, druk achter de computer in een aura van respect en importantie, in de diepe nacht verzuchtend drentelend door een donker bedrijf - zijn bedrijf - ver na de deadline. Een lopend levensdoel voor het kleinkind dat toekijkt, tussen razende drukpersen en hakkende snijmachines. En een regenbui aan schaakstukken. Ik zit letterlijk op zijn stoel, al zes jaar. Ik heb zijn functie overgenomen, evenals zijn bureau, kantoor, brievenopener, tafelaansteker en de geëtiketteerde wijnfles vol Waddenwind. Het wacht elke dag weer op me achter die verzegelde deur, al zo lang. Maar de paarden springen niet meer drie vlakken, de lopers liggen uitgeteld naast het bord. De torens staan op instorten, de Koningin weent en de Koning zwijgt. Mat. Flitsen.

Zonder nog sloten te hoeven openen heeft die gladde, veel gebruikte sleutel van weleer zijn weg naar mijn huis gevonden. Het is bepaald geen voorwerp om in te lijsten, maar ik zal er hoe dan ook zorg voor dragen hem een mooie laatste rustplaats te geven. Het sleetse roestbruin doet me denken aan zijn oude verkleurde vingers, oranjebruin van al die filterloze sigaretten, al die jaren.

Mijn nieuwe sleutel moet nog even wennen. De eerste keer moest ik beide handen gebruiken om de deur te ontsluiten. Stroef en krabbend, als in een postnatale sparteling, moest ik hem forceren zijn eerste draai te maken. Maar een sleutel ontloopt zijn lot niet. Het gaat inmiddels al met één ferme handomdraai. En weldra zal de sleutel als was zijn in mijn handen. Als ik vroeg kom en moe ga. Alsof openen en sluiten vanzelfsprekendheden zijn. Weldra is hij één met het slot.

.

The Seventh Seal


Ingmar Bergman - The Seventh Seal