<<Vorig Archief | Volgend Archief>>

2006 #01 - Scott Walker

Scott Walker - The Drift


Scott Walker - The Drift (4AD)


Het gebeurt zo rond de zevende, achtste minuut van 'Clara', het tweede nummer op Scott Walker's The Drift. Een moment van verlichting, van verbijsterende elegantie. Alsof de beul plotseling zijn masker afneemt en een gezicht toont dat getekend is door compassie.

"This morning, in my room, a little swallow was trapped. It flew around, desperately, until it fell, exhausted on my bed."

Het arme ding beukte tegen de muren op, in blinde paniek op zoek naar een uitgang. Totdat het - uitgeteld op de lakens - twee mensenhanden ziet naderen...
Luisterend naar The Drift ben ik dat zwaluwtje. De plaat is een claustrofobische ervaring, een absolute nachtmerrie. De muziek en Scott's onmogelijke vocale uithalen dollen met me, smijten me tegen de muren totdat ik murw ben. "It knocked it's head against the walls in terror." Maar dan komen die twee handen, groot en doorleefd maar vriendelijk gerimpeld, en ze pakken me zo allervoorzichtigst en liefdevol op.

"I picked it up, so as not to frighten it. I opened the window. Then I opened my hand."


Bevrijding.

The Drift is de mechanische ontregeling van voorganger Tilt voorbij. Walker grijpt naar het allerzwaarste om te zeggen wat hij wil zeggen: zichzelf. Hij reflecteert zowel het absolute menselijke onvermogen als een grensoverschrijdend genie. Geen instrument ter wereld was in staat het geluid te produceren waarmee Walker de luisteraar knock-out wilde slaan. Want hoe breng je over dat je vooruitgang boekt door de omgekeerde weg te bewandelen? De machines versleten en uitgerateld laat en terug gaat, en zo vooruit? Hoe je je vleugels spreidt over de lineaire evolutie die wij meemaken?
Door te slaan. Met je blote vuist in een afgeslacht varken. Opnieuw slaan, stompen. Het uitschreeuwen van inspanning, en pijn. Het varken wordt een stuk vlees wordt een instrument wordt een amalgaam van leven en dood. Bloedende knokkels, stinkend vlees, doffe dreunen duiken op in 'Clara'. De wereld teruggebracht tot abattoir, 2006 als slechts opnieuw een bloederig, fascistoïde jaar uit de Middeleeuwen van de toekomst.
Het is een op universitair niveau uitgedacht concept, maar uiteindelijk niet waarachtig door de idee, maar door de ijzingwekkende uitvoering.

De rauwe falsetto's, de met dissonanten bezaaide muziek doen me veranderen in een machteloos, klein, door overweldiging onklaar gemaakt mens. Mijn hart overstroomt mijn geest met pijnlijke schoonheid, die ook nu nog soms simpelweg te veel is. Elke keer als ik naar The Drift luister - en dat is naast zeer gedoseerd vaak ook zorgvuldig geënsceneerd: lichten uit, wijn, 's nachts - ben ik afwisselend de doodsbange zwaluw en de geliefde die zich door Scott aanbeden weet.
Want ook de tederheid is eng dichtbij. De gracieuze, bijna verboden dans in een door ellende gepasseerde ziel als in 'A Lover Loves' - psst, psst psst - staat hier als een laatste overlevende fier overeind. Tussen een gemutileerde en bezeten Donald Duck, tussen de pest die generaties de dood in helpt, tussen in vlees stekende, gepolijste vorken.

"I'm the only one left alive..."

Ik ben niet vies van enig omhaal of het gebruik van grote woorden, maar als je The Drift tot in je aderen voelt, als het in je klopt gelijk het hart, dan is er voor mij geen andere weg meer om woordelijk recht te kunnen doen aan dit monument. The Drift is trancedentaal, het overstijgt tijd en ruimte tot op het punt dat het ze vernedert. Het is evengoed een inktzwarte muur als een transparant portaal naar het eeuwige licht.

The Drift is als het beeld dat op je netvlies kleeft nadat je bent gestorven. Een post-apocalyptisch requiem voor ons van verval en liefde doortrokken bestaan.
Het is de laatste plaat ooit gemaakt.


MP3: Clara
MP3: A Lover Loves
Website: Scott Walker, The Drift




2006 #02 - Anna Ternheim

Anna Ternheim - Separation Road


Anna Ternheim - Separation Road (Universal)


"I hear a timebomb ticking when you come too near
Violent explosions no one but i can hear"

Anna Ternheim, Lovekeeper


Spaarzame pianoklanken, zachte gitaar, met ertussen enorme vlakten aan ruimte, en dan die stem... Die stem. Haar stem is kraakhelder en uitgesproken, bemoedigend en sterk. Maar net zo goed een zachte deken voor een verwonde ziel. De Zweedse Anna Ternheim hield me dit jaar het vaakst gezelschap als ik 's nachts alleen was, de dag voor over liet, en een glas wijn dronk. Dat komt vast omdat ze zich met haar muziek zo tegen je aan nestelt, zó dichtbij komt, dat je er ineens een goede, begripvolle vriendin bij lijkt te hebben. Haar stem verraadt een niets-ontziende openheid die enkel met dezelfde eerlijkheid te beantwoorden is.

In Zweden schijnt ze al een zekere statuur te hebben verworven. Veel platen verkocht, en de Grammy voor beste nieuwe artiest in de wacht gesleept. Ik denk niet dat dat hier snel zal gebeuren, maar het zou me evenmin verbazen. Haar liedjes zijn in de kiem toegankelijk, haar thematiek (veelal liefde) universeel. Maar voor een grote doorbraak is de muziek te intiem, denk ik. Wel is ze al zover dat ze een 'limited edition' van Separation Road heeft uitgebracht, en voor mij is dat de enige juiste versie van deze plaat. De eerste cd is het album zoals blijkbaar bedoeld, maar de tweede - een gehele cd - bestaat uit 'naked versions' van haar nummers. Grotendeels dezelfde nummers zijn daarop voorzien van een heel intiem arrangement. Haar feeërieke stem is indringender, de piano- of gitaarklanken allemaal raak in hun spaarzaamheid. Ze verstaat de kunst van het weglaten subliem, door haar nummers naakter en zo nog eerlijker te laten bloeien.

Als de geografie van mijn ziel in een taartdiagram zou worden uitgedrukt, dan zou zeker 30% uit Scandinavië bestaan. Ik heb een Noordelijke ziel. Ik draag meer sneeuw bij me dan zon, voel me meer thuis bij strenge wind, woud en koude vlaktes, dan bij zand of zon. Hoe mooi is een vale, zwakke zon die in het Scandinavische wit een geduchte opponent vindt? Ik kan er alleen maar levendig en in grijstinten van dromen, ik ben er nog nooit geweest. Zweden, IJsland, Noorwegen... een zeker innerlijk protectionisme houdt het tegen, stelt het nog even uit, om op het perfecte moment te gaan. En dan ook écht te gaan. Om in den vreemde thuis te komen, of een thuis te vinden.

Alle platen in dit jaarlijstje zijn in zekere zin intiem, ik heb er immers een band mee. Anna Ternheim is echter degene die me het meest op mijn gemak stelt, me thuis doet voelen. Ze sust zieleroerselen voor even de laan uit, zonder te doen alsof ze niet bestaan. Ze wekt niet de illusie dat ik er morgen niet opnieuw door geplaagd zal worden, maar toont meer dan empathie alleen door zichzelf zo naakt op te stellen. Ze durft het aan haar stille, innerlijke explosieven in het openbaar tot ontploffing te brengen. Het zal haar - en daardoor mij - uiteindelijk niet verwonden maar genezen.

Als ik ga, en met stelligheid, dat zal ik ooit, dan reist Anna mee. Ze is mijn hart binnen geslopen en ik zal haar nooit meer laten gaan.


MP3
: Nights in Goodville
MP3: Highlands
MP3: You Mean Nothing To Me Anymore
Website: Anna Ternheim

Anna Ternheim




2006 #03 - Benoît Pioulard

Benoît Pioulard

Benoît Pioulard - Précis (Kranky)

"Oh bury me and sing to the seeds
Oh bury me and sing to the seeds
At least I can't say I didn't hazard a try
To embellish my joys
There will be no moment of silence when I die
Only a moment of noise"
Benoît Piolard, 'Together & Down'

De mooiste elektro-akoestische plaat van dit jaar kwam van de 21-jarige Benoît Pioulard (pseudoniem van Thomas Meluch). De song - zang en akoestische gitaar - staat voorop, maar wordt omkleed en ondersteund door elektronische klanken die de sfeer inkleuren en de betekenis van zijn teksten benadrukken. In mijn beleving is Pioulard een groot zielsverwant van Khonnor, die vorig jaar mijn eindlijstje niet haalde, maar waaraan ik dit jaar definitief mijn hart verpand heb.

Het is welhaast jaloersmakend hoe een 21-jarige niet alleen zulke mooie muziek maakt, maar met zijn woorden ook die dagelijkse vage noties, die gevoelens die plagen maar niet te duiden zijn, zo poëtisch verwoordt. Een zeurderig verlangen, een knagende herinnering aan een gevoel, die ene herfst, een plotse gedachte aan haar... De abstractie van dergelijke gevoelens, slechts vluchtige momenten in de oceaan van alledag, is zo diep mysterieus. Maar Benoît Pioulard ontrafelt en ontrafelt en verpakt ze in zijn muziek, haalt ze uit het vage tussenland van al die emoties of ondefinieerbare geluiden die ons dagelijks overspoelen, die ons onmachtig laten. Ze zijn er, ze storten ons in peinzen, schuld, staren of dromen, maar verlaten ons door onze eigen onmacht ongemerkt, vogelvrij om opnieuw boven te komen drijven, ooit. Bellen die opstijgen en hun eigen weg weer gaan. Pioulard vangt ze in een melancholisch web, en toont op Precís zijn bijzondere, persoonlijke verzameling. En die is universeel.

Precís is een aaneenrijging van die dagelijkse momenten, dat we even uit onszelf treden en verwonderd om ons heen kijken. De prikjes en strelingen waarnemen waarmee het onderbewuste ons continu bestookt, de schuimkoppen op de stroom van het Alles die elke dag door je heen jaagt. Pioulard geeft het een plek, plaatst het daar waar wij eigenlijk nooit zijn, zeker niet op de momenten die er werkelijk toe doen. Een van de rest afwijkend wiegend herfstblad aan een boom, de regen die - terwijl wij in onze huizen zitten - neerklettert op een donkere begraafplaats, een verlaten akker, een plas regen die ontweken wordt...

Precís herbergt een schat aan geheimen, die ik na ontdekking alleen maar vol bewondering kan aanschouwen. De plaat reikt zoveel aan. Die momenten leven ook in mij. Als onzichtbare spatten om me heen, zoals op de prachtige hoes. Precís neemt me mee op ontdekkingstocht door mijn niet-zijn, door mijn schaduwbestaan. Het onbenoembare benoemd.


MP3
: Together & Down
MP3: Triggering Back
MP3: Corpus Chant
Website: Benoît Pioulard




2006 #04 - Shuta Hasunuma

Shuta Hasunuma - Shuta Hasunuma

 

Shuta Hasunuma - Shuta Hasunuma (Western Vinyl)


Kazumasa Hashimoto liet me zogezegd binnen, met zijn vervreemdende, magische liedjes van de andere kant van de aarde, muziek uit een omgekeerde werkelijkheid. Maar al snel liet hij me kennismaken met nog grootsere Japanse muzikanten. Abstracter, nog eerlijker, drijvend op ervaring en gevoel. Zoals Shuta Hasunuma.

Wat opvalt is dat veel van de mij rap dierbaar geworden Japanse elektro-akoestische muzikanten steevast dezelfde dingen gemeen hebben. Zo hebben ze allen een academische achtergrond. Ze zijn geschoold in compositie, digitale (video)kunst, viool en cello. Dat ze zich met zo een achtergrond ontwikkelen tot het maken van deze muziek is zeer bewonderenswaardig. In Nederland lijkt het toch vaak alsof een conservatorium enkel orkestleden opleidt, en de Rockacademie slechts bandjes voortbrengt die top 40 hits moeten scoren. De eigenzinnigheid, frivoliteit, inventiviteit wordt er al vroeg uitgeramd: het diploma als keurslijf.

Een ware kunst- of muziekacademie echter - of het nu geschoeid is op les in cello of rock - dient je een basis mee te geven als duw in de goede richting, een basis waardoor je je gesterkt voelt om je eigen geluid te ontdekken. Om je te ontplooien. Je bent niet klaar als je je diploma gehaald hebt. Het begint dan eigenlijk pas. Het bekwamen in (klassieke) klankleer en compositie lijkt in Japan echt op waarde te worden geschat; het is pas de eerste stap in een ontwikkeling. Het bewijs daarvoor is de nieuwe Japanse lichting muzikanten die - onderlegd met de basis - vervolgens op trektocht door stedelijk Japan of ruraal Japan haar eigen geluid weet te vinden. Ze brengen een heel krachtig en intiem geluid voort: de theoretische basis, vermengd met het resultaat van een zoektocht door de ziel.

Al die elementen, maar vooral het introverte, persoonlijke geluid, maken Shuta Hasunuma's debuut tot zo een wonderlijke ontdekkingstocht. Een odyssee door Japan, door Hasunuma, en door jezelf. Hasunuma is naast muzikaal geschoold ook een afgestudeerd 'Environment Scientist'. Dat is geen losstaand feitje, want die onderlegging is in zijn muziek wel degelijk te horen. Hasunuma raapt kiezels, hoort melodie in een stromend beekje, ontbloot de verborgen Buddha in lawaaierig en overbevolkt Tokyo. Met zijn rugzakje vol geluid en impressies trekt hij zich vervolgens terug, en hervormt het geluid naar het evenbeeld van zijn ziel en fantasie. Een amalgaam van traditionele Japanse klanken en Fennesz-achtige glitch is geboren. Gebed in een paarlenketting van natuurlijke geluiden en digitale manipulaties.

Zoals de hoes van deze plaat is opgebouwd uit duizenden verschillende foto's, zo laat ook Hasunuma's muziek zich beluisteren. Fragmentarisch, maar alle onderdelen in dienst van het hogere. Field recordings, gevonden geluid, worden van een sfeer voorzien die we hier in het Westen eigenlijk niet kennen. Het is ook niet in woorden uit te leggen, enkel in muziek over te brengen. De zegen van internet is dat wij er hier nu toch kennis van kunnen nemen, en het ons kunnen laten verrijken. Kiezels en glitch, drones en Oosterse mystiek...
Ik had het nooit gedacht, maar Hasunuma legt een visie, een gevoel van bewondering en bezieling bloot dat met mij rijmt. Ik had het nooit kunnen vermoeden.


MP3: Prelude
MP3: Green Repair
MP3: Double Navaho
Website: Shuta Hasunuma




2006 #05 - Beirut

Beirut - Gulag Orkestar


Beirut - Gulag Orkestar (Ba Da Bing)

Postcards From Italy


The times we had
Oh, when the wind would blow with rain and snow
Were not all bad
We put our feet just where they had, had to go
Never to go

The shattered soul
Following close but nearly twice as slow
In my good times
There were always golden rocks to throw at those
who admit defeat too late
Those were our times, those were our times

And I will love to see that day
That day is mine
When she will marry me outside with the willow trees
And play the songs we made
They made me so
And
I would love to see that day
Her day was mine



Op het buitenterras van een café, ergens aan zee in Hongarije, voerden zij onder slingers van feestlampjes een dronken liefdesdans op. Het orkestje speelde bij elke nieuw aangerukte fles wijn beter. Haar heupen wiegden tegen zijn bovenbenen, hij omklemde haar stevig en liet het zout op haar rug tussen zijn vingers rollen. Hij dacht aan hoe ze zich eerder die dag op het strand, na een speelse pirouet, theatraal in het zand had laten vallen. En hoe hij toen door verliefdheid gestoken werd. Hun blote voeten tekenden een onuitwisbaar spoor van danspasjes in het zand. Zij voelde zijn warme handen dansen met het schurende zand op haar schouderbladen, en herinnerde zich hoe hij het zigeunerorkestje op Vörösmarty Tér ten koste van alles een liedje wilde leren spelen. Hun liedje.

'Postcards from Italy' was hun liedje en zij hadden het zelf geschreven. Of beter, het schreef zichzelf. Zij kende het gevoel van zijn regen en sneeuw, en wilde die last dolgraag voor hem dragen. Hij hoorde de echo van haar stem in zijn hoofd datgene zeggen wat ze zo vaak zei - bij voorkeur in bed: "Laten we gouden stenen gooien naar zij die hun verlies te laat erkennen." Altijd gevolgd door haar gegiechel, maar dreigend van toon en achteraf gezien pijnlijk voorspellend.

Het derde couplet schreef hij alleen, toen ze twee weken op familiebezoek was in Italië. Hij durfde het toen te schrijven, het bestaand te maken. Een sacraal voornemen. Ze hadden de vorige zomer in Italië gevreëen onder die wilgen. Ze had hem haar littekens laten zien, en hij had ze met zijn liefde omsloten. Hij had haar verteld van zijn gekte, en zij had zijn haar gestreeld en gefluisterd dat haar dagen de zijne zouden zijn.

Drie dagen nadat ze had moeten terugkeren uit Italië kreeg hij een kaartje van haar, een week eerder gepost. Het was een lelijke toeristenkaart uit de jaren '70, waar ze een zwak voor had. "Nog een paar dagen en ik ben weer bij je. Dan hoeven mijn voeten nooit meer zonder de jouwe te gaan." Maar ze kwam niet. Ze zou nooit meer komen.

Wekenlang probeerde hij een vierde couplet te schrijven - verlangend een droom om te zetten in realiteit - maar hij kreeg geen letter op papier. Het liedje had zichzelf, had hun voltooid. Hij zag haar voeten voor zich, haar tenen die tijdens het dansen in het zand grepen, en hoorde in zijn hoofd treurige flarden muziek van het orkest dat die avond zo vurig gespeeld had. Hij rende naar het café, in de hoop iets aan te treffen dat de afgelopen paar weken van zijn leven zou ontmaskeren als een nare droom. Maar het orkest was al lang verder getrokken.

MP3: Postcards from Italy
Website: Beirut




2006 #06 - Midlake

Midlake - The Trials of Van Occupanther

Midlake - The Trials of Van Occupanther (Bella Union)

Soms is het leven zo heerlijk simpel. Een goed gevoel, de zon die straalt in je hoofd en ogen, en een plaat die zich in het hart van je zomer nestelt. The Trials of Van Occupanther verklankt de eindeloze zomer. En dat is vrijwel geheel te danken aan opener 'Roscoe'. Subliemere liedjes dan 'Roscoe' zijn er dit jaar nauwelijks geschreven. Het is ook niet een liedje dat zich in één jaar laat stoppen. 'Roscoe' heeft de x-factor: het is onvergetelijk, en geeft me altijd weer een mysterieus gevoel, misschien juist omdat het niets te verbergen heeft, zo eerlijk is.
'Roscoe' klinkt als het mooiste liedje dat Neil Young, America en Fleetwood Mac nooit geschreven hebben. Het doet me terugverlangen naar een tijd en plaats die ik niet ken, nooit heb meegemaakt. Begin jaren '70, maar even zo goed de Amerikaanse Mid-West, eind 19e eeuw. En tegelijkertijd zo nu. Tijdloos.

Met de rest is het precies zo. 'Bandits', die aandoenlijke schets van alles verliezen en opnieuw beginnen, in de natuur. 'Branches', een gedragen piano-ballade over een onbereikbare vrouw. En 'We Gathered in Spring', over het dartele ontwaken van de lente. The Trials of Van Occupanther staat vol aangrijpende verhaaltjes, mooie melodieën, en is altijd omgeven door het aura van tijdloosheid. Briljant in zijn eenvoud, groots in het kleine.

De plaat regeert over de toch eindig gebleken zomer heen, over de tijd die ons gewoonlijk als verzamelde vlinders vastpint op de dagen. Gedragen door een soort opportunistische luchtigheid en het als vanzelfsprekend negeren van natuurwetten, bevrijdt The Trials of Van Occupanther me uit de vitrine en doet het me weer rondfladderen over een weide. Gewichtloos vliegen tegen de achtergrond van een blauwe lucht. Of languit liggend in het gras, de ogen gesloten, volkomen vrij mijn dromen te dromen.


MP3: Roscoe
MP3: We Gathered In Spring
Website: Midlake




2006 #07 - Junior Boys

 

Junior Boys

Junior Boys - So This Is Goodbye (Domino Records)


Afgelopen zomer, op weg naar een goede vriend in Leiden, strandde ik op station Hoofddorp. (Lang verhaal, korte conclusie: ik had weer eens niet opgelet. De trein ging niet verder, en ik zou eigenlijk eerst weer terug moeten naar Amsterdam om dan wél in Leiden te kunnen komen. Een stap vooruit, twee achteruit, drie vooruit. Of een uur wachten. Het werd het laatste.)
Station Hoofddorp is een rare plek om langer dan strikt noodzakelijk te verblijven. Overgeleverd aan de aan weerszijden uit glas opgetrokken kantoormonolieten. In de lengterichting van het spoor echter was nog iets van leegte te ontwaren. Je kon de treinen - die om de tien minuten zonder enige compassie langsraasden - zeker anderhalve kilometer met het oog volgen, tot ze uiteindelijk allemaal werden opgeslokt door het oranjerood van de ondergaande zon.
Ik liep naar het einde van het grijze perron, sprong eraf en wandelde langzaam de inmiddels uit het zicht verdwenen trein achterna, 'Count Souvenirs' van Junior Boys op repeat.

Eén volmaakt moment kan een plaat voor altijd verankeren. Ik was al in de greep van So This Is Goodbye, en 'Count Souvenirs' in het bijzonder. In de sluimerstand op station Hoofddorp, dat ingeklemd zijn tussen leven en niet-leven, maar je kunnen overgeven aan wachten. Met om de paar minuten een haast onhoorbaar vliegtuig dat door mijn vizier zeilde, sloten station Hoofddorp, Junior Boys en ik een pact, een pact van gelijken.
De satijnen desolatie van verloren herinneringen: een oude kamer die muf ruikt naar hartzeer, waar melancholie alle objecten tot zijn slaaf gemaakt heeft. "A pair of shoes, Some old reviews, That you kicked behind the door." De schoenen en knipsels zijn gevangen in een voorbije tijd. "Your favorite shirt, A little dirt, Builds inside the bedroom drawer." Een verzameling souveniers waar je niets meer aan hebt, maar die je nooit zult weggooien. Hoe verachtelijk soms tijdens de confrontatie, die dingen kunnen troost bieden: "When no one cares, You count souvenirs, And they glisten with your tears."

Junior Boys hebben met So This Is Goodbye de nostalgie tot in het perfecte verfijnd. En het kan zo diep snijden omdat ze het abstract houden, het zich in alle bescheidenheid niet toe-eigenen maar vrij op de wereld zetten. De gevoelens die ze oproepen zijn open source, het is van niemand en daarom van iedereen. Ik heb die schoenen en knipsels, dat shirt en het stof. In andere kleuren en maten misschien, maar van mij. En die heb jij waarschijnlijk ook.

Na een halfuur liep ik weer terug langs het spoor, klom het perron op en kon vrijwel direct instappen in de trein. Met een persoonlijk vaarwel aan het afgelopen uur zette de trein koers richting Leiden. Het pact werd ontbonden, gedrieën waren we rijker geworden. Het was goed zo. Meer dan goed.

MP3: Count Souvenirs
Website: Junior Boys




2006 #08 - Kazumasa Hashimoto

Kazumasa Hashimoto - Gllia

Kazumasa Hashimoto - Gllia (Noble)


Het vreemde aan muziekjaar 2006 ligt voor mij in het feit dat de vele nieuwe noten die mijn oude en bestendige liefdes op hun zang hadden, bij mij maar niet wilden beklijven. Max Richter kwam met een mooie opvolger van zijn monumentale The Blue Notebooks, maar het was me te zeer een kloon om me diep te bewegen. Om het te zijn. In het geval van Jóhann Jóhannsson's nieuwe is Virtulegu Forsetar uit 2004 nog steeds aangrijpend en aanwezig dat er voor nieuw werk nog geen plaats is. En voor drone en ambient greep ik veelal terug op ouder werk, uitgezonderd William Basinski dan, die met Variations For Tape And Piano en The Garden Of Brokenness niet anders kan dan prachtige muziek uitbrengen. Constante ontroering, en dat blijft. Maar niet dat overslaande hart.

Pas aan het eind van dit jaar was daar opeens iets nieuws. En niet zomaar iets, een compleet nieuwe muzikale dimensie. Een die ik, zelfs toen ik naarstig op zoek was, totaal over het hoofd had gezien. En ik had alleen maar oostwaarts hoeven te kijken: Japan. Japanse elektronica opende het deurtje en deed mijn hart weer overslaan van opwinding. Het heeft me nu al een vorm van ontroering gegeven die ik nog niet kende. Geladen met dromen van stilte, met de ultieme fascinatie voor een leven in Japan, dat zo verleidelijk klinkt en ook ruimte geeft om verder te dromen.

Kazumasa Hashimoto was degene die aan de poort stond en me vriendelijk maar stilzwijgend wenkte zijn wereld te betreden. Muzikaal is Gllia een potpourri van lieflijk vervormde vocalen, akoestische gitaar die innig verstrengeld danst met elektronica in een balzaal van klikjes en plopjes. 'De Japanse Sparklehorse,' zo kenschetste mijn lief wat ik ook ergens voelde, maar niet kon benoemen. Hashimoto vertelt mij ontroerende, dieprakende verhalen zoals Mark Linkous dat doet; met één been in de natuur, de ander vastgeklonken aan de ziel onder zijn arm.

Hoewel Kazumasa Hashimoto in het Engels zingt, is het op een enkel woord na nooit echt te verstaan. "Outside the parents prince..." "Home...is was..." "The house... had light..." Er is geen touw aan vast te knopen, maar alles wat er wegvalt ligt open voor eigen interpretatie. Niet extra goed luisteren om te achterhalen wat hij zingt, maar - in combinatie met de muziek - de vrijheid voelen zelf die zinnen af te maken, de gaten in te vullen. En dat levert wonderlijke, slaapdronken flarden op. Nieuwe flarden, nieuw licht. In jezelf zit alles, een onbegrensde hoeveelheid aan alles. Het is maar net wie je aanspoort er wat uit te halen.

En aan dat alles - de melodieën, de klank van verfijnde verstoring, de vocalen - is te horen dat dit muziek is die uit het hart komt van iemand die in een totaal andere (denk)wereld leeft dan ik, maar daarom juist toch zo dichtbij mijn dromen staat. Gllia is een omgekeerde werkelijkheid. Daarin schuilt de aantrekkingskracht.
Het meest vermengt zijn wereld zich met de mijne in het titelnummer. Hashimoto fluisterzingt me een wereld in waar mijn hang naar mysterie en droom de kans krijgt om nog veel groter te groeien. Om verliefd te worden op een andere werkelijkheid. Zijn raamwerk, zijn modus operandi lijkt haaks op de mijne te staan, maar toch krijgt hij het voor elkaar om - vooral als het laat is, en ik veronderstel wederom een verloren 'ik'-uur tegemoet te gaan - me een droom binnen te trekken. Waar zwart plots roze is, waar alles op z'n kop staat en de logica slechts schuilt in de afwezigheid van zichzelf. De voorzichtig geplaatste neo-klassieke elementen benadrukken de schoonheid die ik zo door zijn ogen mag zien.
En zo versmelten droom en werkelijkheid. Tot hoop.


MP3: Monochrome Prome
MP3: Gllia
Website: Kazumasa Hashimoto




2006 #09 - The Knife

The Knife - Silent Shout

The Knife - Silent Shout (Rabid Records)
Haunting Glimpse

Bedridden and weak, she suddenly smiled faintly. I jumped around, desperately trying to keep her from looking outside. It had been snowing for weeks now, and it was driving us insane. She pointed at the window. “Gh-ghost,” she whispered, slipping away.
I ran into the woods screaming, but the trees didn’t echo; it’d stopped snowing.
(Gerard, 17-8-2006, 0:38)


Zoals gezegd, ik heb dit jaar nauwelijks geschreven. En al helemaal niet over muziek, behalve dan bovenstaande. Deze Bonanza is een (bij tijden gruwelijke) zelfopgelegde opdracht, maar ook bovenstaande was een 'opdracht'; het was mijn inzending voor The Knife contest van muziekblog Said The Gramophone. "Da's niet zoveel," hoor ik u denken. En in kwantitatieve zin kan u geen ongelijk geven. Maar de opdracht was dan ook om 'a 55-word ghost story' over dit album te schrijven. En dat werd 'Haunting Glimpse'.

Ik ben niet zo van de techno, en ook niet van de dansvloer. Veel liever dan mijn lijf heb ik dat dansmuziek mijn hersenen in beweging zet, mijn gevoel laat dansen. Silent Shout is wat dat betreft voor mij een absolute revelatie. Met de eerste 'dmm-dmm-dmm' klanken zet The Knife vakkundig de boor in mijn schedel, om er een vloed aan verdwaald-in-een-besneeuwd-woud zwartheid in uit te storten. Dat deze geluiden uit een duister Scandinavië komen draagt zeker bij. De muziek is, voor mij, zwanger van Noordelijke mythologie. Van elfjes, geestverschijningen en vastzitten in de sneeuw, in jezelf. Naakt rennen door de eindeloze wouden, met de dood op je hielen. Dít is hoe een nachtmerrie behoort te klinken.

"I caught a glimpse and now it haunts me" uit het nummer 'Silent Shout' geeft de essentie van mijn liefde en angst voor deze plaat naadloos weer. Het is als kijken door het sleutelgat van je duistere ziel. Het aanzicht stemt niet vrolijk, maar je kunt niet anders dan blijven kijken. Om uiteindelijk gewoon die deur open te trappen en je te laten meezuigen in de zweterige nachtmerrie. Een landkaart van dit album zou vlak en leeg zijn, zonder reliëf. Het zijn de krochten en tunnels onder de oppervlakte, de angstaanjagende muziek en vervormde vocalen die 'Silent Shout' maken tot een stad van de opgejaagde, introverte lelijkheid als waarheid. Een trillend organisme van een stad, levend onder je vloer, waarvan je wéét dat het de fundamenten onder je ooit zal verschalken.

Ik heb geen prijs gewonnen bij die Knife-contest, overigens. Wat jammer is, want in het prijzenpakket zat het prachtige masker dat Olof Dreijer en Karin Dreijer Andersson van The Knife bij voorkeur dragen. Maar de muziek volstaat wel. Achter het masker dat de muziek je schenkt schuilt de besneeuwde magie van de nachtmerrie.

Besneeuwde magie van de nachtmerrie



MP3: Silent Shout
Website: The Knife




2006 #10 - The Twilight Sad

The Twilight Sad - EP

The Twilight Sad - The Twilight Sad EP (FatCat)

 

"The kids are on fire in the bedroom."

Toen ik 14 jaar was, luisterde ik muziek bij voorkeur gezeten in een hoekje van mijn kamer. Lezen, leren, gitaarspelen, pielen met een speelgoedkeyboardje of mijmeren en peinzen deed ik daar ook het liefst trouwens. Onder het raam, tegen de verwarming aan, knieën opgetrokken (behalve bij het gitaarspelen dan, dat ging beter in kleermakerszit). Als elke tiener extreem gesteld op privacy, maar eigenlijk was mijn kamer nog te groot ook. Ik zat toch altijd in dat hoekje, een imaginair afgebakende safe haven.
Hoe klein ook die ruimte, de muziek die ik luisterde barstte bijkans van de emotionele lading. Daar waren in mijn ogen geen kamermuren, nee geen landsgrenzen tegen bestand. Dat zocht ik bewust op, omdat het mijn orkanisch huishoudende gevoelens zo passend soundtrackte, en er tot mijn plezier soms nog een schepje bovenop deed ook. Terugkijkend is het alsof die storm zeker drie, vier jaar onafgebroken heeft gewoed.
Enfin, u bent waarschijnlijk zelf ook wel eens 14 geweest.

"The kids are on fire in the bedroom."

Een door jankende gitaren en maar doorrammende drums opgestuwde vloedgolf van emotie, in 'That Summer, At Home I Had Become The Invisible Boy'. Deze zielperforerende razernij van een in zichzelf verdwaalde is als een onbestaand fotoboek, volgeplakt met al die momenten waarop je betraand liever stierf dan vereeuwigd te worden. Je verstopte je dan ook snel, in je eigen kamer, of in een hoekje daarvan.
Het hart van de 14-jarige uit het nummer is gebroken. Zijn liefdevolle moeder zit wel met hem aan tafel, maar misschien wel voor het eerst in zijn leven voelt hij dat intens individueel verdriet zo'n band compleet waardeloos maakt. Liefdesverdriet als het snerpend doormidden scheuren van die prachtige foto van verliefd jongetje en verliefd meisje. Het is over en de wereld moet nu wel vergaan. Maar dan wel oorverdovend graag. In een hartverscheurend inferno.

"The kids are on fire in the bedroom."

Die inmiddels vergeelde herinneringen kunnen, nu de jaren verdubbeld zijn, niet veel kwaad meer. Ze zijn zelfs met enige tederheid te aanschouwen. "Ach, ja... toen/dit/dat/zij..." Een lam zakt nu eenmaal vaak door de knieën voordat het kan lopen.
De Glaswegians van The Twilight Sad weten er alles van. Hun debuut op FatCat - geproduceerd door Max Richter - ontsluit niet alleen die herinneringen, maar injecteert je ook met het gevoel dat je toen had. Een gevoel dat in herinneringen of op foto's nooit is terug te vinden. Een waarheidsserum dat vrij snel is uitgewerkt, maar je wel voor even nietsontziend terugvoert naar toen.
The Twilight Sad bewijst vooral dat het, vele jaren later, goed is om daar naar terug te kunnen, voor even. Naar dat hoekje in de kamer, onder het raam.

 

MP3: That Summer, At Home I Had Become The Invisible Boy
Website: The Twilight Sad




Bonanza!

Lange tijd zag het er niet naar uit dat dit Dronken Schip en zijn enige bemanningslid ooit nog maar enige vorm van een koers zou benaderen. Stuurloos, op. Ik voel enorm mee met de Siberische beren. Die arme dieren kunnen de slaap niet vatten omdat wij met z’n allen de temperatuur elk jaar weer meer opschroeven. En ze zijn zo moe!

Dat ben ik ook. Met dien verstande dat ik al enkele maanden slaap. Ben ik wel even wakker, dan durf ik enkel met samengeknepen ogen door het kajuitraampje naar buiten te turen, om vervolgens weer snel onder de dekens te duiken. Laat mij maar heen en weer kabbelen. To and fro. De gebodene aanblik was blijkbaar niet stimulerend genoeg om het scheepslog er weer bij te pakken. Nee, 2006 was niet een schrijfjaar, meer een andere-dingen-jaar. En dat is okay.

Maar zo op de valreep lijkt zich alsnog een wonder te voltrekken. Net als deze computer – veruit het meest ontroerende bericht dat ik dit jaar heb gelezen – schrijf ik misschien wel beter als ik niet schrijf! Ben ik geïnspireerder als ik slaap! Droom ik het mooiste als ik wakker ben, en geniet ik het meest van muziek als het stil is! Het is een magische kronkel, die plots als een wekker rinkelde en me uit bed deed opspringen.

Nauwelijks geschreven dus dit jaar, maar wel heel veel en heel goed geluisterd. De afgelopen maanden heb ik daarover genoeg onbenoemde gevoelens opgespaard in mijn slaaphut, als een eekhoorn die nootjes verzamelt in zijn holletje. En nu is de tijd daar om de oogst voor het voetlicht te brengen. De tanden erin. Hoe die oogst er in dit digitale daglicht uitziet is ook voor mij nog een raadsel. Maar ik ben erg nieuwsgierig.

Daarom, en uiteraard in het landsbelang, treedt tot en met 31 december een nieuw kabinet aan. Kop, romp, staart: alles zit er gewoon nog aan, meer zelfs. Ik prijs me gelukkig onderdeel te mogen zijn van zo een fijne regering. Een die wel gegronde redenen heeft om aan te blijven. De luidruchtige revolutie wordt de komende dagen samen met deze uitmuntende bewindslieden voltrokken:

Bas
Jenneke
Joris
Ludo
Marieke
Roy Santiago
Willem

Leest hen, leest hen elke dag. It's a Bonanza world, after all!