Ik zei
Ik zei
Hoe? De stronk helt over, zei ik,
zo gaat het. Ik knikte.
Begrijp jezelf voor even, besloot ik,
wetend dat ik waar was,
dat licht licht, en donker ook dat. Zei ik.
Door dat donker zag ik dat er van al mijn korrels
slechts uitgemergelde fonkels overblijven in de zeef.
Dat ben ik in overdrijving. Zei ik. Ik knikte.
Ik zei: Mijn masker is me te sleets!
En ik knikte, waardoor het afviel. Zei ik.
In zachte onmacht, verstoppertje spelend tot
ver na mijn sluitingstijd, tot slaap vermoordt.
Het wast wel aan, de zeef zit zo weer vol zand. Zei ik.
Ik zei dat dat vast staat. En ik knikte wel, maar
verdriet was meester in het af waarbij ik terug was.
Altijd dat vernietigende was dat is.
Zekerheid is de dood. Zei ik.
Maar ik knikte.
Verklankte ankers: Gevangen in herinnering

The Caretaker - Theoretically Pure Anterograde Amnesia
Verklankte ankers: Gevangen in herinnering
De herinnering als verlaten fabriekshal. Als een streng waterdruppels uit de kraan, ergens in een smerig hoekje. Eindeloos druppend als een repeterende herinnering aan een herinnering. De industrie die hier ooit huishield is al lang verder getrokken, geïnnoveerd. Het behoeft deze vervallen, stenen moloch niet meer te bewonen. Ga maar na, het is toch ook veel te groot, zo'n gebouw waar de eenzame arbeider zijn hele leven doorbrengt, en met zijn werk de mond van zijn hongerig onthoud voedt. Jonge melancholici zijn we, onbevangen opgroeiend door te dwepen met een onbekend verleden... ermee dansen alsof het slechts de zoveelste flirt is.
But that was then... Die luchtige energie is allang vervlogen, je voelt je nu zo krachteloos. Als herfst. Je schuimt elk donker hoekje van de fabriek af om tot de kern te komen. Een kern. Om voor even de waarheid genoeglijk als zand door je vingers laten glippen. De oneindige nachtmerrie als ultiem suïcidaal nastreven: gevangen in herinnering.
Herinneringen zijn dikwijls te groot behuisd, maar schreeuwen onbedaarlijk in het nauw van een dichtgeknepen echo. De druppende kraan op een verlaten werkvloer, ergens aan de rand van je stad, hoe klinkt hij? Wat zegt één druppel? En, belangrijker, wat zeggen ze samen? In welke volgorde druppen ze, welk verhaal schrijven ze? Een geheel aan het nu onttrokken ik huist in de kern van de druppel, spettert rond, valt uiteen op de betonnen vloer. En wordt verdreven door de aanstonds zijnde schoenzool die onwetend zijn pas erin zal drukken.
Maar onvermijdelijk vormt zich langzaamaan een plas. Het wast maar aan, die herinnering. Als het geheel van onze herinneringen zichtbaar zou zijn, als het zou dansen en duwen en wemelen – gelijk het gezamenlijke, chaotische organisme van trampassagiers, gelijk een verloren generatie - dan zouden we ongeneeslijk claustrofobisch en agorafobisch zijn. Allergisch voor de aanraking, voor de lijdensweg van het herinneren. Want het is te veel, te druk. Al die druppels, al die onsjes ons, verbannen naar het waanidee van ik als overstromende emmer. Geestelijk liquide en vloeibaar - we zijn 2007-mensen, we zijn flexibel en post-post-modern! - maar tegelijkertijd niet in staat te zwemmen, niet in staat het hoofd boven water te houden in de ruwe zee van het verleden.
Maar iets aan die herinneringengolf, hoe lelijk en ontbindend ook - hoe funest - trekt aan. Doet het willen bewaren, doet het koesteren. Hoeveel schrijven we het niet, hoeveel verhalen, zingen, herinneren en lieven we het niet? En als de nacht, als vaal lantaarnlicht onze reis terug naar huis beschijnt, als in het hoofd eufore dwarrelsneeuw... Dan. We kunnen ook niet anders, het is een onontbeerlijke schakel in ons gedroomde geheel. Die aaneenrijging van herinneringen, van ons voorbije leven, doet de mooiste paarlenketting blozen van onwaardigheid. De mens is zijn herinneringen, hij ze wil koesteren én uitschakelen. Het is de bij voorbaat verloren strijd van dit leven. De caleidoscopische waaier aan herinneringen die ons tot op in de nog ongewisse toekomst vormgeeft, ons in doodsnood doet happen naar adem, filmisch aan onze ogen voorbij trekt als de tijd daar blijkt... Het is wat ons benen geeft om op te staan. Herinneren en vergeten, twee onooglijken, dankbaar tot elkaar veroordeeld.
Erover spreken is moeilijk. Het onderwerp voelt koud als een lijk. Maar met het monumentale 'Theoretically Pure Anterograde Amnesia' ontsluit The Caretaker een schokkend persoonlijk en eerlijk verleden, dat het weer warm wordt; het zijne. Terra memoriam. Hij gooit zijn kaarten dapper op tafel, en is de eerlijkheid voorbij: hij overleeft door zelfmoord te plegen. The Caretaker (een moniker van V/VM) heeft de geografie, de oorsprong en groei van zijn herinneringen op plaat gezet. Miniatuurcomposities uit een pijnlijke, gapende wond, maar ook betonnen schetsen van een van blijdschap betraande. Betonblokken die hem geaard en overeind hielden. Hij verklankte zijn ankers.
Het concïentieus vervaardigde epos begint met 'Memory One', en eindigt voorlopig met 'Memory Eighty Four'. Vierentachtig herinneringen die een mens maken, en kunnen breken. Roder zijn mijn oren niet vaak geweest, luisterend naar deze zeven cd’s lange parade van kriebelende, ongemakkelijke en ronduit sinistere herinneringsmystiek. Het zijn gitzwarte flarden van een verleden ongrijpbaar. The Caretaker spreekt zijn herinneringen uit. Je hoort hem ze dood knuffelen en wensen, in een voyeuristisch Theather van Horreur. Herinneringen spoelen door riolen maar dansen in hete hoofden. Het is welhaast gênant om tot je te nemen. Soms onhandige, onschuldige anekdotes, soms pijnlijke realisaties die in de volle naaktheid der schaamte tevergeefs overeind proberen te krabbelen.
De muziek doet je beseffen hoe organisch een herinnering, na zijn geboorte, door het leven gaat. Hoe hij aanwast, en langzaam losweekt van de eigenaar. Als je de grip erop verliest, wordt het een zelfstandige entiteit: Zijn flarden van herinnering zijn onze flarden van herinnering. De overeenkomsten tussen het willen herinneren en het willen uitbannen er van zijn schokkend. Ze worden zo levendig neergezet, dat het is alsof je door je ik van toen nu wordt tegengehouden op straat.
De titel, 'Theoretically Pure Anterograde Amnesia', verwijst naar een zeldzame neurologische aandoening: de onmogelijkheid om nieuwe herinneringen creëren. Zie het zo: Je hele leven heb je perfect één-tweetjes afgeleverd tussen je 'nu' en je 'verleden'. Jullie vulden elkaar perfect aan, complimenteerden elkaar. Het maakte je completer. En plotseling, op een dag, is die steunpilaar verdwenen, lijkt één been geamputeerd. Je passt de bal wel af - "even terugleggen op vroeger" - maar krijgt hem nooit meer terug. De bal rolt verder en verder, tot hij uit het zicht is... Wat is je nu, wie ben je nu, als je verleden stopt met groeien? Als je jezelf tot op nu kent, maar dat de aanwas van herinneringen vanaf ditzelfde nu stopt, voor eeuwig? De kraan stopt met druppen. Je toekomst, en alles wat nog komen gaat, is bij voorbaat verloren. Alles vervliegt op het moment dat nu overgaat in zonet. Je bent gedoemd de rest van je leven te moeten missen.
Het is die rigoureuze gum door het heden die wel dwingt tot terugbladeren. Het verleden, dat wat je nog wél weet, is het enige dat over zal blijven. Dus ga je pluizen, plooien, ontdekken, dieper duiken... Er is immers niets anders. Wat rest er? Beelden aan kinderpartijtjes, aan de moederschoot. Aan omgevouwen hoekjes van een Polaroid, aan het schoolplein. En aan warm speel trots traan zoen sex en liefde... Maar het zullen ommuurde, gevangen genomen emoties blijven, in de kiem gesmoord.
Dat de 84 muzikale herinneringen van The Caretaker stuk voor stuk inktzwarte ambient zijn, zal daardoor nauwelijks verbazen. Je hoort verbrokkeling, mistasten, degeneratie. Alles valt tergend langzaam uiteen. Ook een mens dat niet aan verlies van onthouden lijdt verlangt het meest naar een herinnering als hij voorbij de onschuld is. Die reis naar vroeger wordt het vaakst afgelegd als we de zwartheid van het nu hebben (moeten) ervaren. Het degradeert hoop tot een universeel misverstand.
Zorgeloos blijven dromen van een leven zonder herinneringen is het utopische, met ons vergroeide ideaal; het nastreven van onschuld. Maar de door The Caretaker geschetste mens kan nergens heen. Enkel terug naar vroeger. Dat uitgekauwde, verteerde verleden. Dat maar statisch en hetzelfde blijft, dat maar niet aanwast. Geen groeiend mos tussen het steen, geen verval of weloverwogen euthanasie van een kwaadwillende herinnering, nee. Je zult moeten blijven spelen met de versleten kaarten die je hebt. De tot staan gebrachte herinneraar kan geen valse details opsparen, kan het verleden niet bedekken met een laag vergeving of wrok. Kan het niet vernietigen of mooier maken, ook niet omdat dat je leven nu zou kunnen vergemakkelijken. Dat is een dood.
The Caretaker maakt al dat en meer pijnlijk duidelijk. Hij parkeerde al zijn levende herinneringen op plaat, en voorzag ze zo van het predikaat onvergankelijk, onsterfelijk. Maar ook onveranderlijk. Ik zou wel kunnen uitwijden over waaraan deze 84 verklankte gevangenen míj doen denken, maar dat zou een overmoedige poging zijn iets waars uit jou te ontmaskeren. Daar kan en wil ik niet bij. Ik: Jaren zeventig oranje, ballroom, industrieel, tederheid en gedachten... Zie? Je hebt er niets aan. Niet voordat je zelf luistert en durft de balans op te maken. 'Theoretically Pure Anterograde Amnesia' is de geopende schatkist die we allen bezitten. We zijn allemaal wandelende herinneringfabrieken, we draaien een onmogelijke non-stop productie. Maar we zijn dan ook allemaal op ons eigen manier verloren.
Soms zijn we de sleutel kwijt, maar meestal willen we gewoon niet weten welke schatten we op zak hebben. Want we willen niet dat ze terugslaan. Herinneringen maken slapende honden wakker. Verwrongen buigingen van tijd en emotie die je achterna jagen. Waarom zouden we rennen? Onze dagelijkse realiteit is al vermoeiend genoeg. Maar...
Maar. Doe het toch. Ren. 'Theoretically Pure Interograde Amnesia' is de ultieme, onversneden angstaanjagendheid van het verleden. Het duurt 4 uur, 38 minuten en 46 seconden, en het is nog geheel gratis ook. De herinneringen liggen als bladeren voor het oprapen, of om over uit te glijden. Laat deze muziek je strelen of keihard in het gezicht slaan. Laat je besmeuren, maar ook smeren. Annexeer je eigen fabriekshal. Wees dankbaar voor je talent om te vergeten, om herinneringen te ordenen, en vooral, voor je gave om nieuwe herinneringen aan te maken.
En drink het, tot op de bodem, met al je macht. Want het vocht dat op je lippen glinstert kan je allerlaatste druppel zijn. De druppel die je levenslange dorst zal moeten stillen.
De 6-cd box 'Theoretically Pure Anterograde Amnesia' van The Caretaker is verkrijgbaar op V/VM Test Records, en gratis te downloaden. De additionele, zevende cd, is hier te downloaden.
(Dit stuk is tevens gepubliceerd op De Subjectivisten)

