<<Vorig Archief | Volgend Archief>>

I.M. Bobby Fischer (1943-2008)

Bobby Fischer



En zo verliet Bobby ons ineens, vrijdag. 64, uiteraard. Hij en Gary Kasparov zijn mijn schaakhelden. Mijn opa vertelde me over hen toen hij me introduceerde in wat de mooiste, meest edele sport is: Een kunstvorm vermomd als 'sport', metafysica die een toevlucht zoekt op het bord.
Bobby Fischer: genie, rebel, anti-semiet, schizofreen... hij is al zoveel genoemd. En in alle bewoordingen, in alle herdenkingen zal wel een kern van waarheid zitten. Maar dat is wat de waarheid zo onbetrouwbaar maakt.

Bobby stierf in Reykjavik, IJsland. Het land waar hij in 1972 - na een legendarische strijd met Spassky - afgetekend wereldkampioen werd. De eerste partij werd hij afgeleid door die vervloekte camera's, waardoor hij verloor. De tweede kwam hij - ondanks dat de organisatie alle stoplichten in de stad op groen had gezet, voor het geval hij nog zou komen - simpelweg niet opdagen. Om in de volgende partijen Spassky te verscheuren en tot Koning gekroond te worden. Om er daarna gewoon mee te stoppen.

IJsland ligt exact temidden van de twee grootste wereldmachten. Dat geografische breekpunt nam hem jaren later onder haar hoede toen hij, opgejaagd en tot misdadiger gebombardeerd door Amerika, op de vlucht was. Een symbolischer plek voor Fischer om te sterven is er niet: hij had geen keuze meer. De zwart/wit tegenstelling gold niet alleen op het schaakbord, maar ook in de politiek, in de Koude Oorlog, in de waan. In Fischer zelf.

Hij kon nergens heen, er was geen plek meer om naar te vluchten. Ook mentaal niet. Amerika was de kapitalistische duivel, de Sovjet-Unie was de communistische duivel. Amerika's zelfgenoegzaamheid en misplaatst gevoel van hegemonie zaaide enkel dood en verderf in de wereld. Daarom was 9/11 een zegen, zoals hij tierend verklaarde in obscure Hongaarse en Cubaanse radioprogramma's. De klootzakken kregen eindelijk hun lesje!
Politiek gezien zou de aversie jegens Amerika hem in de armen van de Sovjet-Unie kunnen drijven. Maar het communistische Sovjet-regime kookte, zet voor zet, alle schaakpartijen voor, daarvan was hij overtuigd. Karpov, Kasparov, Spassky: het waren slaven, pionnen van de communistische dictatuur. Fraudeurs, leugenaars. En dan nog de joden... Ze berooiden hem vroeger in Brooklyn al van zijn zakcentje, en later ontnamen ze hem nog veel meer dan poen alleen...

Robert James (Bobby) Fischer verfoeide alle uitersten, en had de kracht niet zich aan te sluiten bij een minderheid. Onbeduidendheid was niet Fischer's ding, zogezegd. "Schaken is oorlog op een bord. Het doel is de geest van je tegenstander te breken." Voeg aan geest gerust ego en botten toe. De tegenstander moest vermorzeld en opgepeuzeld worden. En het lukte hem wonderwel elke keer weer. Fischer danste over het bord, was briljant in het gebruiken van zijn analytische kennis. Hij deed zetten waar de schaak-goegemeente uit verbazing en gêne om lachte. Totdat later bleek dat het briljante zetten waren, out of this world.

Zelfs God zou, gezeten tegenover Bobby Fischer, niet zeker zijn van een overwinning, zo vertrouwde hij journalist Hans Ree ooit toe: "Met zwart zou ik geen schijn van kans tegen Hem maken, maar met wit speel ik gewoon Spaans. Dat is zo'n uitgebalanceerde opening. Dan maakt Hij me niets. Maar misschien speelt Hij wel Siciliaans. Dan speel ik toch de variant met loper c4. Daarmee moet ik remise kunnen maken."

Als de twee grootste mogendheden recht tegenover elkaar staan, en je jegens beide evenveel wrok koestert, waar moet je dan heen? Fischer - begrijpelijk - wist het niet, en zwierf. Opgejaagd door regeringen, secret services, de joden en zijn eigen paranoia, belandde hij via de Balkan, Zwitserland, de Filipijnen en Japan op IJsland.

Hoed af voor IJsland, dat hem probeerde een veilige haven te bieden. Tevergeefs. Want Fischer was toen al zo opgeslokt door zijn eigen paranoia, zo bezig de in zijn ogen op zijn dood gerichte complotten te ontduiken, zijn demonen van het lijf te houden, dat zelfs IJsland geen rust meer kon bieden.
De mythe voltooid, betaald met het leven.


Het mooiste eerbetoon aan Bobby Fischer is gemaakt terwijl hij nog in leven was. Eigenlijk zegt het al het bovenstaande, maar dan in veel minder woorden en beter rakend aan de kern: iLiKETRAiNS's "A Rook House for Bobby"




2007 #01 - David Lynch

David Lynch - The Air Is On Fire


David Lynch - The Air Is On Fire (Strange World Music)



David Lynch componeerde The Air Is On Fire speciaal voor een installatie voor de Fondation Cartier in Parijs, waar dit jaar een overzichtstentoonstelling van zijn figuratieve werk te zien was. Ik ben daar helaas niet bij geweest, en heb evenmin de cd kunnen bemachtigen (oplage: 1000 schamele exemplaren). Het werk bestaat uit acht ambient-composities, variërend van 3 tot 12 minuten in lengte.

Zo, nu de feitjes aan de kant zijn, kan de afdaling beginnen. The Air Is On Fire is ambient van het meest duistere soort. Het is tevergeefs zoeken naar enig lichtschijnsel of een sprankje hoop. Het is muziek die jou als prooi beschouwt: het besluipt je, en blijft je maar achtervolgen. Schaduwen duiken weg achter vochtige muren in een verlaten fabriekspand. In de verte - maar net iets té dichtbij - klinkt gefluister. Een ketting slaat tegen de koude betonnen vloer. Er klinken voetstappen, en welgeteld drie zware beats die uit de lucht komen vallen en ineens weer verdwenen zijn voordat ze een ritme hebben kunnen vormen.

Ik kan - helaas - niet om de filmmaker David Lynch heen. Ja, The Air Is On Fire is filmisch, maar tegelijkertijd ook veel meer dan filmisch alleen. Het sferische aspect is namelijk vrij eenduidig: donker, doem, nihilistisch. Een film die van begin tot eind is zoals deze muziek heeft Lynch nooit gemaakt. In beeld heeft hij kwinkslagen nodig, verwijzingen naar de voorbije pop-cultuur van de jaren '50: lichtpuntjes om het duistere nog duisterder te laten lijken.
Van lichtpuntjes of kwinkslagen bedient Lynch zich hier niet. Je zou eerder Sunn O))) of Deathprod linken aan The Air Is On Fire, dan welke film van Lynch dan ook. Een prestatie op zich: je denkt er eerst wel even aan, maar al snel ben je zijn films al helemaal vergeten. Zo donker als dít heeft Lynch nog nooit geschoten.

En je weet al snel dat, mocht de muziek dat wensen, het je zal verslinden. Mocht de muziek dat idee in haar hoofd krijgen dan ben je er geweest. Maar het gebeurt maar niet, en dat tergt je. Je zou er bijna om willen smeken. De muziek weet dit ook, en laat je daarom binnen haar bereik, maar buiten de destructie.
Het laat je enkel in angst. Op bijna tantraïsche wijze blijf je met het hoofd op het hakblok liggen, met een trillend mes boven je dat maar niet valt. Zó strak staat de spanningsboog, 58.20 minuten lang. En misschien verslindt de muziek je wel niet omdat je, zonder dat je het weet, al lang in de buik van het beest gevangen zit...


Lynch biedt op deze plaat één ontsnappingsroute: in 'The Air Is On Fire 7'. Flarden haunted dancehall music dwarrelen ineens voorbij. Een miniem levenslijntje, een reddingsboei naar de oppervlakte. En net als je jezelf vastgeklonken hebt aan dat rubberen rood/wit gevaarte, voor het eerst dobberend op zee, blijk je plots niets meer in je handen te hebben en zink je weer. Het was een illusie, een valse herinnering. Heeeere's David!

The Air Is On Fire jaagde me dit jaar mijn eigen krochten in, vaak in van de nacht geleende uren. De duistere, compromisloze signatuur intrigeert eindeloos, en maakte dat ik die plekken vaak bezocht, en nog vaak zal bezoeken. Het is zo perfect afgesloten, van alles.
Het onheilspellende, ondergrondse karakter van The Air Is On Fire doet inkeren en maakt de beloning zo groots en verslavend. Je wilt blijven zinken, de reddingsboei grijpen. En opnieuw verdrinken.


WWW: David Lynch
Download: David Lynch - The Air Is On Fire




2007 #02 - Tsukimono

Tsukimono - Time Canvas

 
Tsukimono - Time Canvas (Kning Disk)


Behoedzaam en geconcentreerd nadert de kwast het doek. De hand trilt licht van opwinding. Hij oefent de verfstreek die hij wil maken in de lucht. Na enkele 'droge' oefenbewegingen laat hij de kwast het doek raken. Heel lichtjes herhaalt hij de beweging die hij eerder in het luchtledige deed. Dit is precair creationisme. Liever dat de al half opgedroogde kwast zijn verfstreek niet helemaal afmaakt, dan dat het er te dik op wordt gesmeerd. Als je zo minimaal mogelijk schildert kan er altijd nog wel iets bij. Mocht dat dan nog wenselijk zijn; vaak is het dat uiteindelijk niet meer.

Tsukimono is het Japans klinkende alias van de Zweed Johan Gustavsson. Tot mon ami francais me wees op dit album was het een volstrekt onbekende voor me. Tsukimono grossiert in releases op kleine labels; een oplage van 150 cd's is al aan de hoge kant... Dan heb je mensen nodig die je in de goede richting weten te wijzen.

Componist Morton Feldman zei ooit dat hij zijn score sheets - het papier waarop hij zijn noten aantekende - als 'time canvas' zag; een tijdsdoek waarop je muziek schildert. Tsukimono's album had niet beter kunnen heten. De Zweed schildert abstracte, emotievolle ambient. Van cello, clarinet en trompet maakt hij lange, trage verfstreken, die bedachtzaam worden uitgesmeerd over het tijdsdoek.
Want - ik refereerde er al aan in mijn openingspost - dit is muziek die zich fantastisch onttrekt aan de linies van tijd en realiteit. Het trekt me een parallel universum in, waar tijd niet, óf in een geheel andere vorm bestaat. Deze plaat toont aan dat er wel degelijk ruimte bestaat tussen de linies.

Time Canvas is een fabuleuze verzameling meditatieve ambient/drone-composities. Tsukimono pakt mijn normale tijds- en gevoelslijnen en smeert het uit over een maagdelijk wit doek, waar geen begin of eind op valt te ontdekken. Dat is een heel fysieke ervaring voor me. De hartslag daalt, ik beweeg me langzamer, en gedachten worden trager, verdiepen zich.
Ik kom uit op een plek die me zeer goed bevalt, een plek waar ik verslaafd aan ben geraakt sinds ik dit album ken. Het is een geborgen plek, een plek die onbereikbaar blijkt voor ruis van buitenaf. Time Canvas is het Arcadië van de verzinking: van de heerlijke afzondering tussen de linies van die zo vaak door buitenaf gestuurde gevoels- en gedachtenwereld. Van onbereikbaar geacht genot.


WWW: Tsukimono
MP3: Tsukimono - Time Canvas (via de label-website, of stuur me een mailtje)




2007 #03 - William Basinski

William Basinski - El Camino Real


William Basinski - El Camino Real (2062)


Last.fm is een godsgeschenk en houdt veel bij over mijn luistergedrag. Toch mis ik er nog enkele statistieken: hoeveel minuten heb je geluisterd naar een bepaalde artiest, bijvoorbeeld, zoals mijn broer opperde (er gaan veertig Guided By Voices nummers in één Basinski-stuk; beide keren ben je een uur verder). Of op welk tijdstip heb je het meest naar een bepaalde artiest geluisterd. Van 0.00 tot 03.00 uur heerste afgelopen jaar zonder twijfel William Basinski, samen met de nummer 2 en 1 van deze lijst overigens. Voorwaar een heilige drie-eenheid.

Meer dan ooit was 2007 het jaar van de nacht, meer dan me ooit lief was ook. Het werkelijke, volledige leven vond voor mij vaak plaats tussen 0.00 en 03.00 uur (met uitschieters naar 06.00, zelfs 07.00 uur, tijdens perioden van insomnia). Dan pas werd het 'licht', was er ruimte om te denken, te lezen, te schrijven. Ruimte voor creatie. William Basinski's El Camino Real is door er te zijn op die tijden een trouwe kompaan geworden. De man kan niet teleurstellen. Na The Disintegration Loops, na The Garden of Brokenness, voegde hij dit jaar met El Camino Real opnieuw een indrukwekkend hoofdstuk toe aan zijn encyclopedie van het verval.

El Camino Real is - nog meer dan The Disintegration Loops - oprechter in zijn intentie. Een door taperot en de voortschrijdende tijd aangetaste loop wordt herhaald. Basinski geeft de loop - met al zijn handicaps - als het ware weer het gebrekkige leven, en kijkt vervolgens hoe het verder gaat.
Het begint dan bij de loop zelf, en die is van een onbeschrijflijke schoonheid. Zo'n achttien seconden zwoele dromerigheid, met een volle aanzet, afbrokkelend middenstuk en een einde dat zowel twijfelend als hoopgevend klinkt. In het vijftig minuten durende El Camino Real komt hij dus zo'n 165 keer voorbij. Elke keer hetzelfde, elke keer anders.

Het waarlijk prachtige is dat het Basinski lukt je zowel de droomstaat in te lokken, als je oplettend en 'erbij' te houden. El Camino Real is de vervolmaakte paradox van de eindigheid: een langgerekt droomsignaal gaat in episodes langzaam aan zichzelf ten onder, maar volledig ten onder gaat het net niet. Die hoopvolle klanken aan het einde van de loop raken wel steeds meer beschadigd, maar lijken ergens ook de kracht te vinden om door te gaan, om zichzelf er bovenop te helpen. Het blijft ten onder gaan, en komt daardoor altijd weer boven.

The Disinitegration Loops blijkt geen eenmalige voltreffer. William Basinski heerst over verval. Hij bezit de gave verval (dat in definitie eindig is), oneindig lang te rekken, en te laten geven: kortstondige hooperupties of een langgerekt gevoel van tijdloosheid, van gewichtloosheid ook. Het gevoel voor even aan de oneindigheid van het leven te kunnen raken.



WWW: William Basinski
MP3: Luister naar excerpts van El Camino Real (via Boomkat)