2008: #31 - #21



31. Glitterbug - Supershelter


Op de valreep pas leren kennen, door een eindejaarslijstjestip bij de Subs, maar hier ga ik nog veel plezier aan beleven. Mysterieuze, meeslepende 'sad techno' in de beste Lawrence en Pantha Du Prince traditie. Heerlijk.

30. Rudi Arapahoe – Echoes From One To Another


Filmische dark-ambient die meer is dan de som der elektronica en klassiek. Rudi Arapahoe houdt het de gehele plaat duister en gevaarlijk, daarbij geholpen door de intrigerende, engelachtige zang van Kaithlin Howard, Eve Basilides en Sara Chambers. Arapahoe mixt elektronica, poëzie, harp, viool en strijkers tot een prachtig verontrustende plaat, die gulzig (religieuze) symboliek oproept, om vervolgens angstaanjagend iconoclasme te bedrijven.

29. Robert Ashley – Tap Dancing In The Sand (Maarten Altena Ensemble)


De uitvoering van Ashley’s compositie ‘Tap Dancing in the Sand’ door het MAE is eindelijk op cd verschenen. Hoogtepunt is de indrukwekkende uitvoering van het speciaal voor MAE geschreven titelstuk, waarop Ashley zelf de stem voor zijn rekening neemt. Surreële tekst met hypnotiserende muziek.

28. Goldmund – The Malady Of Elegance


Verstilde pianoklanken die bevroren verlangens langzaam uit het harnas van kilte, van ijs doen smelten. Goldmund vervolmaakt de purificatie van de minimale neo-klassiek, en laat zijn toetsaanslagen met gerust hart vallen in de zachte stilte.

27. David Byrne & Brian Eno – Everything That Happens Will Happen Today


De hernieuwde samenwerking werd geen tweede ‘My Life In The Bush Of Ghosts’, dat was al snel duidelijk. Maar een verademing is het om deze twee giganten hun wijsheid weer te horen etaleren. Wijs, zo klinkt Byrne vooral als hij heel ritmisch zijn gedachten laat gaan op de subtiele genialiteit van Eno’s muziek. Die ‘master’s touch’ van Eno zorgt ervoor dat de op de loer liggende gezapigheid met succes bestreden wordt, en dat levert meesterwerkjes als ‘Strange Overtones’ en ‘The River’ op.

26. Lambchop – OH (ohio)


“Green doesn’t matter, when you’re blue” Kurt Wagner’s stem klinkt bij elke nieuwe Lambchop plaat zuiverder, zachtaardiger, alwetender. De muziek blijft veelal hetzelfde: weinig uitgesproken maar warm en uitnodigend, subtiel en geborgen.

25. Bonnie Prince Billy – Lie Down In The Light


Weinig singer/songwriters werken aan zo een constant oeuvre als Bonnie ‘Prince’ Billy. De bard kan niet teleurstellen, of doet dat in ieder geval opnieuw niet met ‘Lie Down In The Light’. Breekbare muziek van een wijs mens, een mooie man ook, die geen moeite heeft zijn ziel aan te roepen en het in alle naaktheid te delen.

24. Max Richter – 24 Postcards In Full Colour


De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat deze plaat me enigzins teleurstelde. Te hoge verwachtingen na de magistrale neo-klassiek-er ‘The Blue Notebooks’ droegen daar zeker aan bij. Richter levert buitengewoon bekwaam 24 sfeerschetsjes af, maar het heeft ook iets plichtmatigs. Doordat de meeste nummers maar één of twee minuten duren, ontstijgen ze nooit het schetsboek. Het is meer een plaat voor op de achtergrond, voor ‘erbij’ geworden. Geen dubbele lagen, geen verborgen mysterie. Het is wat het is: vrijblijvend, maar erg teder. Dat is de crux: zelfs een plichtmatige Max Richter maakt prachtige muziek.

23. Scarlett Johansson – Anywhere I Lay My Head


Moet een gevierd actrice zich hier wel aan wagen? En kan ze eigenlijk wel zingen? Jawel, en jazeker. De ‘love it or hate it’ plaat van dit jaar geloof ik, waarbij de critici vooral met argumenten als ‘schoenmaker...’,  ‘ze kan niet zingen’ en ‘verwende actrice wil ook een plaat maken, pfff’ kwamen. Het zal allemaal wel. Haar nasale, ietwat verkouden klinkende en weinig toonvaste zang komt me juist heel warm en oprecht toe. Johannson trekt in deze veelal galmende, shoegaze-achtige bewerkingen de Tom Waits nummers dicht naar zich toe, met de ruwe, schorre uithalen en bezieling in ‘Falling Down’ als hoogtepunt, dat alle critici subiet de mond snoert.

22. Portishead – Third


Nu, aan het eind van het jaar, voor mij niet zo bijzonder meer als toen hij uitkwam, maar nog steeds erg genietbaar. Een terugkeer met een duidelijke verlegging van de accenten, een meer divers, completer Portishead dan op de voorgaande platen, met vooral veel meer diepte in het geluid. Beth Gibbon’s zang komt er ook beter door uit de verf, klinkt dwingender en veel meer nabij. De breekbaarheid is gebleven, maar is gelaagder geworden. ‘The Rip’ is 24-karaats eenzame schoonheid.

21. The Remote Viewer – I Can't Believe It's Not Better


Een diepe, groovende baslijn trekt als een rivier door het openingsnummer, een loom zonnig nummer. “Sounds of the summer...”, zingt Andrew Johnson, die voor het eerst echt de vocalen op een Remote Viewer plaat voor zijn rekening neemt. ‘I Can’t Believe It’s Not Better’ vertegenwoordigd het laidback geluid van de Hood/Remote Viewer/Bracken scene, maar verloochent de melancholie niet.
Met 325 stuks een krankzinnig gelimiteerde 2x3” cd in mooi handgefröbeld hoesje, waar ik helaas de hand niet op heb weten te leggen. Dat wordt eBay in de gaten houden, en als de kans daar is, de buidel laten bloeden...

Comments

wat betreft portishead: bij mij juist een omgekeerde ontwikkeling. ik vond hem in het begin gewoon goed, en pas bij herbeluistering enkele maanden laten simpelweg briljant, bijzonder. en hij groeit nog steeds. bovendien lijkt mijn zoontje het ook erg mooi te vinden :)

Dat laatste is niet onbelangrijk, voor de harmonie in het gezin ;) Maar voor mij geldt inderdaad dat het briljante er wat af is. Niet erg, er staan prachtige nummers op, en de sfeer als geheel is erg mooi.

Your comment


  
Persoonlijke info onthouden?

/

Om spam te voorkomen:
 

  ( Register your username / Log in )

Kattebel:
Verberg email:

Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of email-adres in te typen.