2008 #04 - Fennesz
Fennesz’ debuut ‘Endless Summer’ is nog altijd een mijlpaal in de ambient glitch laptop folk, of hoe je het ook wilt noemen. Ondanks de harmonieuze popmelodieën die onder het gruizige geluid uitkomen, is ‘Endless Summer’ voor mij vooral een abstract album. Zijn tweede Touch-plaat, ‘Venice’, ervaar ik als zijn ‘popplaat’. Veel elektrische gitaar, kortere stukken die meer een traditionele song-structuur hebben. Maar beide platen zijn uniek, briljant.
Ondanks de vele muziek die Christian Fennesz uitbrengt, zijn het de Mego en Touch-platen die me als meest ‘officieel’ doen voorkomen, waar ik het meest naar uitkijk ook. Ze vormen de rode draad door zijn oeuvre. Een nieuwe Fennesz is een muzikale belevenis. Hoe ziet de hoes eruit? Welke ontwikkeling heeft hij doorgemaakt, welke muzikale afslag neemt hij?
‘Black Sea’ klinkt in eerste instantie als een logische opvolger van bovengenoemde twee platen: het is een volwassener plaat, minder rafelig en meer doordacht. Dat zou je ook ‘saaier’ kunnen noemen, maar het tegendeel is waar. Fennesz bereikt op ‘Black Sea’ qua finesse en subtiliteit een niveau dat hij niet eerder haalde.
‘Black Sea’ klinkt meer gefocusd dan ooit. Of beter: de focus is verlegd, van het kortere genot naar de lange adem. De lang uitgesponnen nummers houden hun geheim lang voor zich, zonder enkel om de climax te draaien. De verschillende elementen – het onrustige, opwindende, en de fantastische melodieën – voeren een rituele dans op.
Bijna elk stuk op ‘Black Sea’ vergt geduld en betaalt royaal uit, maar ‘Glide’ is de kroon op het werk. Onder de wassende glitchlaag evolueert tergend langzaam een prachtige melodie, die na 4 van de 9 minuten kans ziet door te breken en zich heel even in al zijn zonnige glorie te openbaren, om zich daarna weer af te laten zakken in de zee van geluid, in de golven die langzaam afstand nemen van het strand. Het einde lijkt stil te zijn, maar is dat nét niet. Al het voorbije echoot na, komt fragmentarisch nog even terug, zachtjes.
‘Black Sea’ is een grootse, gracieuze plaat die tijd en geduld (en een koptelefoon!) verdient. Fennesz heeft het rauwe van de glitch omgevormd van obstakel tot vervoerder. De melodie botst er niet meer op, maar vormt een symbiose met de humuslaag van geluid. Fennesz nadert perfectie.

