2008 #03 - Runhild Gammelsæter

Het is nauwelijks in woorden te vatten hoe gruwelijk en angstaanjagend deze muziek is. ‘Amplicon’ is een collage van geschreeuw, gekraak, elektronische dissonanties, sonische uitbarstingen, onheilspellende drones en folkmuziek. Het tart de oren en het verstand, lijkt een volkomen losgeslagen kudde geluid.
Als rode draad door de tien stukken loopt een soort hartslag, die zich onregelmatig door de kakefonie van geluid sleept. Wel, dat, en Runhild’s stem. Ze krijst en schreeuwt als Diamanda Galas, maar koert en fluistert net zo goed als een zuchtmeisje. De muziek – die ze geheel zelf schreef en opnam – is echter veel interessanter dan die van Galas. Ontregelender. De vele vocale lagen hebben iets onwerkelijks: je hoort tegelijkertijd litanieën vanuit de hel, grunts, lieflijke zang en cryptische, zacht gesproken teksten.
Het onheilspellende, nihilistische karakter van deze plaat doet me denken aan Nico op haar zwartst – niet in de laatste plaats door de topzware orgelklanken. Runhild’s universum is zo overvol, zo gelaagd, maar tegelijkertijd als geheel onontkoombaar zwart en bloedrood.
Ze legt op hetzelfde moment gruwelijk geluid en dreigende, nooit tot een climax komende drones en orgel op elkaar, dat weer gevolgd wordt door gesproken tekst dat achterstevoren afgespeeld wordt en weg-echoot. Ik weet nog altijd niet waar het te zoeken op deze plaat, want er eenmaal middenin is er nooit een nooduitgang te vinden. Runhild sluit je op in haar verwrongen, schizofrene wereld van alles én niets, van walging en bewondering.
De enige vorm van verlichting zit in de staart. Naarmate het album vordert trekt Runhild zich wat terug uit het lichaam van het beest, en lost ze op in één grote onheilspellende nevel. Geen kattengejank meer, geen duivels gekraai vanuit een hiernamaaks, maar een mysterieuze klankreeks van belletjes, echo’s, vervormde vocalen, hartslag, en donkere ambient-ondertonen.
‘Amplicon’ is een gestileerd braaksel van geluid, een orgie van misselijke schoonheid. Het muzieklichaam neemt iedere keer weer een andere vorm aan. Het brouwsel van schoonheid en lelijkheid blijft oneindig intrigeren, omdat ze niet zonder elkaar kunnen, in elkaar over vloeien. Het maakt ‘Amplicon’ tot een van de meest afstotelijke én begeerlijke platen die ik ooit heb gehoord.

