Le Velo Ivre

Het kriebelt al weken. Wat zeg ik, maanden. De immer voortreffelijke aanloop met al haar opgewonden anticipatie, de manische voorbeschouwingen, de lijstjes, de namen en de schandalen is als vanouds. Alle liefhebbers herkennen het, en toch heeft iedere liefhebber een volstrekt eigen beleving van deze zomerse manie. De een schreeuwt, gehuld in oranje, Nederlanders bij bergen omhoog. De ander contempleert enkel - omsloten in een extreem onsportieve omgeving van drank en eten en hedonisme en dromen - over strakke kuiten, in goud gehulde ventielen, dynepo en de mediakaravaan die leeft bij de gratie van deze absurde drie zomerse weken. Fantaserend over heldendom en het martelaarschap, over het ultieme bedrog, over de Mens in het Beest, het onmenselijke dat verlangd wordt door onszelf, en over - ja, zelfs over - Mart Smeets die melancholiek het zoveelste glas opdraagt aan Dalida:
Le Tour de France.
Over de Tour valt niets te zeggen dat al niet gezegd is, en dat is dan ook de kracht van de Tour de France. Hetzelfde sprookje, elk jaar opnieuw. Als een droom waar je het hele jaar naar uitkijkt om hem te herbeleven - je weet dat hij gaat komen! Een droom vol pafferige ex-wielrenners, plakkerig asfalt, ellebogen, de opwinding van de eerste grote valpartij, lelijke mannen, valpartijen, geveinsd zelfvertrouwen, C 1 t/m 4 en HC, mooie mannen, zweet, wijn (veel wijn), strategie, de Amazing Stroopwafels, doping, vertrouwen tegen beter weten in, masochisme door het rotsvaste geloof in deze 161 engelen bezig aan hun val, want écht goed aflopen doet het bijna nooit... Werkelijk alles komt voorbij in drie weken, terug te voeren op de simpelere maar o zo grote thema's van het leven. Verlangen, Melancholie, Weemoed, Heldendom en Misdaad.
Noem het maar niks.
Het mooie aan le Tour is dat het elk jaar opnieuw weer voelt als in potentie de mooiste/beste/meest dramatische tour allertijden. Deze tour vormt daarop geen uitzondering. Het aantal renners dat aanspraak maakt op de eindoverwinning is groter dan ooit. Het doping-spook hangt reeds als een zwarte wolk boven het peloton. De Gehate Amerikaan doet een, hopelijk, gedoemde poging de tour voor de achtste maal te winnen, en weet zich nu al opgejaagd als nooit te voren. Contador, Evans, Menchov, Sastre, Andy Schleck en Pellizotti staan te trappelen Armstrong het mes in de rug te steken en de macht te grijpen. Bezwaard geweten of niet. 'Schuld' telt niet in de Tour. Boetedoening en spijt komen jaren later, ze komen als je betrapt wordt, of ze komen nooit. Maakt het uit? Nee, het is om het even.
De komende drie weken stap ik onregelmatig aan land en wordt Het Dronken Schip ingeruild voor De Dronken Fiets. Tricootje aan, goed gevulde bidon (inhoud onbekend), al dan niet opgepimpte zak bloed uit de vriezer halen en gaan. Trappen duwen trekken schelden zwoegen zweten winnen vallen verliezen. Ik omarm het ongrijpbare mysterie van deze chaos, deze moderne tragedie die elk jaar weer wordt opgevoerd. Dit verdriet van het mens-zijn, deze triomf op de werkelijkheid, in een sportwedstrijd gegoten.
De in te vullen rondeposter - zorgvuldig uitgekozen in een Franse tabac - hangt aan de muur. De pen ligt klaar. On y va!

