In alle eerlijkheid

“De zelfgezochte stilte van een leven dat ongezien wordt geleid, staat in moderne ogen gelijk aan de dood. Het moet een soort depressie zijn: het is sowieso een blijk van angst. Een kluizenaar van de laatste dagen moet wel lijden aan zoiets als faalangst.”

Willem Jan Otten, ‘In zelfgekozen stilte’ (Vrij Nederland, 2004)

Soms lieg ik alsof het gedrukt staat. Of eigenlijk geschreven. Een leugen komt nu eenmaal veel gemakkelijker uit mijn pen dan uit mijn mond. Voor de duidelijkheid schaar ik ‘niet de gehele waarheid vertellen’ ook even onder liegen, evenals het in meer of mindere mate versleutelen van de waarheid. Anderen zullen hier hoegenaamd geen last van hebben, want de leugens of verhullingen richten zich vooral tot mezelf. Met het woord leugen bedoel ik ook niet zozeer feitelijk ‘liegen’ maar meer de oppositie van eerlijkheid; een deken die de naakte eerlijkheid zachtjes toedekt en verwarmt. Ik bescherm er mijn eigen eerlijkheid mee. Mijn gevoel zegt dat ik het tegen twee zaken moet beschermen; tegen mezelf en tegen anderen. Ik bescherm het tegen anderen wier intenties of benadering van je naaktheid en eerlijkheid immers vaak onbekend en schimmig zijn. Ik ontwerp een bij de eerlijkheid passend harnas, waardoor het zich kan verweren, of in ieder geval onaantastbaar kan blijven. Maar naast tegen anderen bescherm ik het ook tegen mezelf. Omdat ik mijn naakte eerlijkheid soms lelijk vind, pijnlijk om naar te kijken of aan te raken. Je stuurt je eigen kind niet naakt de deur uit, maar kleedt het.

Ik weet echter al jaren dat ik – zelfs de dingen die ik schrijf die ik nooit aan iemand zal laten lezen – soms ook toedek met een dun dekentje, of een harnas. In mijn verzameling geschreven eerlijkheden zijn de echte naakten zwaar in de minderheid; ze zijn op een hand te tellen. Dat komt omdat er ook bij wat ik enkel voor mezelf schrijf, altijd ‘iemand’ meekijkt over mijn schouder. Diegene die meekijkt, zo leerde ik ooit, ben ik zelf ook, maar het is een dieper verstopte ik. Het onderbewustzijn, een ander bewustzijn, het Superego... Geef het een naam. Maar het is een scherprechter, een registrator van mijn (on)eerlijkheid. Als ik daar naar luister – het steekt me soms licht – weet ik meteen wat niet geheel eerlijk is, doorzie ik mijn intuïtieve poging het te bedekken of in proza te verdrinken. Dat ik houdt me nooit tegen, maar wijst me er wel op dat ik door mijn eigen dekentjes en harnassen kan kijken. Ik kan daardoor in een zin de woorden lezen die ik niet geschreven heb, zien wat er niet te zien is. Een witte regel tussen twee alinea’s kan ik over twintig jaar nog precies zo lezen als nu, ik zal altijd onthouden ‘wat er staat’. En dat is blijvend, bovendien. De ik die meekijkt heeft een feilloos, niet-afnemend geheugen. Ik ken die ik niet, maar die ik kent mij wel.

Een goed gesprek over dit onderwerp bracht dit alles in perspectief en bleek een fijne, welkome handreiking. Ik moest daarbij denken aan een essay van Willem Jan Otten dat ik vorig jaar las in Vrij Nederland (15-05-2004), dat ik nooit ben vergeten. Otten raakt de essentie:

“Twaalf jaar geleden heb ik in het uiterste vooronder van mijn boot, in het pikkedonker dat daar altijd heerste, mijn naam geschreven, plus twee woorden die tezamen een verzoek vormden. Het heeft weinig zin om deze woorden te herhalen. Ze doen er strikt genomen niet toe, want terwijl ik ze aan de binnenzijde van de hechthouten scheepshuid kraste, wist ik dat ze nooit gelezen zouden worden. (...) Ik schrijf dit in mijn dagboek terwijl ik op Vlieland in een zomerhuis werk aan een toneelstuk (...) Ik weet dat deze woorden gepubliceerd gaan worden, dus echt dagboekdenken is dit niet. Hoe ik dagboekschrijf zult u nooit weten, want dagboekschrijven is: denken zonder aan publicatie te denken. Toch weet ik dat ik dagboekschrijvend wel degelijk aan een lezer, of beter: een lezend bewustzijn buiten mijzelf, denk. Dat is ongeveer hetzelfde Brein als waarvoor ik de twee woorden voorin de boot heb geschreven. Ik houd van dit brein, ofschoon ik het ook vrees, en het helemaal niet ken. Het kent mij, en sinds ik dat begin te begrijpen, is het een persoon.”

Otten vervolgt in zijn essay met dat we ‘de gestalte van de eenling die zich in afzondering volledig wijdt aan iets dat geen mensenogen veronderstelt’ zijn kwijtgeraakt tegenwoordig. Kwijtgeraakt omdat ‘het ware, moedige leven vereenzelvigd wordt met gejureerd worden, op de televisie op een stip gaan staan in de hoop gezien en ontdekt te worden’. De contemplatieve eenling belichaamt volgens Otten een ‘aanstootgevende lafheid’, omdat hij zich onttrekt aan het grote spel van manifesteren en oordelen. ‘Zo iemand durft niet te bestaan’.

‘Zo iemand’ durft dat zeker niet, tenminste meestentijds niet. Ik ervaar het als bijzonder lastig om me als kluizenaar terug te trekken in mijn eigen taal en woorden, in mijn eigen schrijven, om mijn naakte eerlijkheid op te tekenen. Om de gewoonte dingen te bedekken los te laten; om de valse gedachte aan publicatie – als zou er iemand anders dan ikzelf meelezen – van me af te schudden. En dat heeft in zekere zin inderdaad met (faal)angst van doen. Angst voor het onbeholpen, onberekenbare karakter van naakte eerlijkheid; angst om mezelf teveel, te snel, te zeggen. Angst omdat je weet dat het inderdaad ‘gelijk kan staan aan de dood, of een depressie’; want het is zo vaak inherent daaraan, zo vaak een schok te zien wat er onder de deken ligt... Maar heel af en toe durf ik me ‘te onttrekken aan het grote spel’, me af te sluiten en de dekens te laten voor wat ze zijn. Jaren gelee voor het laatst, maar er woedt momenteel zo iets heftigs dat het niet minder dan noodzakelijk voelt het opnieuw te moeten proberen. De gedachte dat ik in ieder geval niet alleen ben dan, dat ik over mijn eigen schouder meekijk, sterkt en zou het moeten doen slagen. Mijn eigen kind heeft recht op het naakt en onbekommerd spelen in een dik pak sneeuw.





Comments

Your comment


  
Persoonlijke info onthouden?

/

Om spam te voorkomen:
 

  ( Register your username / Log in )

Kattebel:
Verberg email:

Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of email-adres in te typen.