Belastingaangifte

Vaker dan eens in de twee, drie jaar zal het niet voorkomen. Ik zit er ook helemaal niet op te wachten, moet ik bekennen, maar vandaag – tussen de derde en vierde kop koffie en de ruisende storm buiten – werd ik getroffen door een zeldzame aanval van burgermansdrift en huisvlijt: in een vlaag van verstandsverbijstering ‘besloot’ ik (het moment van besluit kan ik me al niet meer voor de geest halen) mijn belastingaangifte te doen. Waarschijnlijk aangezwengeld door de stroom artikelen waarmee ik dezer maanden geconfronteerd ben, en die vanwege hun herhalende karakter – doe het doe het doe het! – me een dreigend toekomstbeeld laten zien; Doe het niet en je loopt straks weer achter de feiten aan.

Achter de feiten aanlopen, ik kan zeggen dat ik daar aanleg voor heb. Het vervult me ook dikwijls met plezier. In gedachten schilder ik een romantisch tafereel van een man die de randen van de georganiseerde maatschappij bewandelt, datgene laat wat anderen doen en andersom, zijn dagelijkse wereld vermengend met een droomwereld. Maar ook een man die er – uiteindelijk – net zo goed is als de mensen om hem heen. Ik besloot het dus te doen, zélf te doen en góed te doen, met alles erop en eraan: links de rekenmachine, voor me de Belastinggids van de Consumentenbond en een raadzaam ‘tips en trucs’-artikel uit NRC (al gebruik of begrijp je het niet, het zijn onmisbare gereedschappen wil je je in je aangiftebezigheid oprecht en serieus voelen), rechts een stapel opgaven en andere bescheiden die me voor aanvang nuttig leken om bij de hand te hebben. Chopin’s Nocturnes in de cd-speler om niet te snel van de kook te raken of de moed op te geven (leer mij mezelf kennen met al die cijfers en dat kille, ondoorgrondelijke belastingjargon), en een verse pot koffie.

Over het proces van het aangeven zelf zal ik niet teveel uitwijden, het is gegaan zoals verwacht: drie uren lang jezelf de illusie voorhouden dat je een goede daad verricht, dat je jezelf opruimt en nog begrijpt waar je mee bezig bent ook. De truc is er niet vijandig tegenover te staan, maar open: omhels je aangiftebiljet. De vele steekjes van onbegrip en – als je niet oppast – blinde woede over de anderslogica van het biljet en het instituut belasting zijn enkel te overkomen door jezelf af en toe kleine stootjes serotonine toe te dienen, door ‘elke penning voor een zegen aan te zien’, en trillende euforie van simpel genot uit zo een ambachtelijke bezigheid toe te laten: ‘Het klopt, yes! Koffie!’. Heb ik er dan uiteindelijk nog plezier aan beleefd ook? Met lichte schroom moet ik bekennen van wel. Maar dat komt vooral door de wetenschap dat ik deze krachtsinspanning de komende twee, drie jaar niet meer zal kunnen of hoeven leveren.





Comments

Your comment


  
Persoonlijke info onthouden?

/

Om spam te voorkomen:
 

  ( Register your username / Log in )

Kattebel:
Verberg email:

Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of email-adres in te typen.