In het voorbijgaan
Ik had al zeker twintig minuten gelezen toen sluitingstijd naderde. ‘Dichters van de avant-garde, de moderne Franse poëzie’. Aan de hand van 27 chronologisch geordende Franse dichters wordt inzichtelijk gemaakt hoe ze de poëzie voor altijd veranderden. Het begint met De Nerval, Baudelaire (‘À une passante’, ‘In het voorbijgaan’), komeet Rimbaud en Lafourge, en daarna volgt een stoet romantische dichters die vrij met vorm en inhoud experimenteerden, begrippen als kubisme uitvonden, en het surrealisme en dadaïsme (André Breton) een stevige impuls gaven. Ik had het boek al eerder gezien en toen laten liggen. Het geeft een fijn gevoel dat er ergens nog een boek op je ligt te wachten, waarvan je weet dat je het ooit zal gaan kopen als het moment er mooi genoeg voor is. En het bleek een ideaal boek om op zo een zaterdag aan te schaffen.
De verkoper scant het boek en kijkt op. “Jij bent zelf ook een in wording hè?,” vraagt hij. Zijn collega die achter de computer zit kijkt even opzij, beziet mijn gezicht en tuurt gauw weer naar zijn scherm. ‘Te licht bevonden’, lijkt hij te denken. “In wording? Een dichter?,” vraag ik. “Of een Franse dichter? Dat laatste gaat me in ieder geval niet meer lukken.” “Dan zou je moeten emigreren!” zegt hij. “Ik ben bang dat dat niet genoeg is,” zeg ik. “En wanneer ben je eigenlijk een dichter geworden?” De verkoper glimlacht even en doet het boek in een papieren tasje. “Goede vraag...” Goede vraag.

