2004 # 6: Max Richter – The Blue Notebooks
“February 10. Sunday. Noise. Peace.” (Franz Kafka)
Max Richter’s The Blue Notebooks is de spin in het web van wat ik gemakshalve maar neo-klassiek noem. Eerder een zwaar accent in muziek dan een op zichzelf staand genre, manifesteerde neo-klassiek zich dit jaar in volle hevigheid. In retrospectief werd voor mij neo-klassiek anno nu geboren in december 2003, met Systems/Layers van Rachel’s. Maar waar Rachel’s dikwijls het pad verlaat distilleert Max Richter precies de juiste eigenschappen die neo-klassiek anno 2004 (de ‘anno 2004’-toevoeging kan niet onvermeld blijven, elk jaar, elk era kent zijn eigen neoclassicisme) het dwingende karakter van een voorloper, een vernieuwer kunnen geven.
Mijn liefde voor muziek is gelijk aan mijn schrijverschap. De twee verwisselen gemakkelijk van plaats, soms heb ik het niet in de gaten. Ze komen voort uit hetzelfde en kennen de weg, ook de zijpaadjes, ook de doodlopende stegen. Soms maakt het schrijven plaats voor luisteren naar klanken, inspireert het een het ander. Als ik een stuk schrijf kan het zijn dat ik merk dat ik eigenlijk helemaal niet moet schrijven, maar onbewust op zoek ben naar klank, naar muziek. Honger naar muziek is niet altijd te stillen met taal, andersom ook niet. Maar beide veroorzaken dezelfde prikkel. Pas nadat ik geprikkeld ben kan ik bepalen of ik niet toch naar muziek wil/moet luisteren, of dat ik gewoon door moet gaan met schrijven. Naast hun oorsprong is er nog een overeenkomst tussen muziek en schrijven: melancholie. Luisteren of schrijven, beide zijn een oncontroleerbare drang die voortvloeit uit gevoel of weemoed, uit spaarzame scherpzinnigheid of banaal sentiment. Omdat de scheidslijn zo dun is, komt het niet zelden voor dat beide zich vermengen: bliss. Het hart van mijn gevoel is geraakt, zowel schrijven als muziek is een optie om het gevoel een gezicht te geven.
The Blue Notebooks is de perfecte samensmelting van die twee uitingsvormen (aannemende dat luisteren ook een uitingsvorm is). Deze plaat maakt geen onderscheid maar brengt ze bijeen. Richter maakt buitengewoon verfijnde, minimale neo-klassiek, opgebouwd uit piano, drie violen, twee cello’s en de stem van Tilda Swindon. Richter liet zich inspireren door The Blue Octavo Notebooks van Franz Kafka en twee teksten van Czeslaw Milosz, die onderkoeld worden voorgedragen door Swindon, wiens stem een rechtlijnig maar waarschuwend baken is in de zwierige muziek. Muziek die een baken nodig heeft om niet te verdwalen, muziek die door merg en been gaat, zo diep dat taal wel nodig is om je op de been te houden. Om je niet in huilen uit te laten barsten. Of toch...
De aanslagen van de typemachine die door de hele plaat klinken blijven stroperig kleven. Ze rekken uit totdat je ze niet meer hoort, maar je weet dat ze er zijn. Ze bieden houvast. The Blue Notebooks is voor als je schrijver bent, alleen in een donkere kamer, in een houten huis, een betonnen blok, mentaal kluizenaarschap, met regen die de ramen geselt en vermomd als inspirator je ogen en de wolken in je hoofd doet barsten.

