“Is dit vanwege Bernhard?,” vroeg een collega me vorige week toen ik in mijn kantoor Jóhann Jóhannsson’s Virdulegu Forsetar draaide. Een even hilarische als confronterende opmerking. Toen ik kort daarop door een ander werd aangekeken met een blik van ‘tsja, als je dít soort muziek ook draait...’ realiseerde ik me hoe ver mijn beleving van deze plaat afstaat van het gevoel dat anderen erbij krijgen.
Dat ik wel bekend ben met Jóhann Jóhannsson en mijn collegae niet is niet van belang voor wat het losmaakt. Het was ook mooi om de muziek in mijn werkomgeving los te laten omdat het – anders dan bijvoorbeeld gitaarmuziek of elektronica – geen automatische reactie uitlokt. Deze muziek moet eerst gewogen worden, aftasten. Unaniem kwam men tot de conclusie dat dit naargeestige, droevige muziek was. Vanwege de stellige consensus daarover zag ik af van een serieuze poging uit te leggen dat ik er een ander gevoel bij krijg. Ik leg me er zonder problemen bij neer. Het is dan ook niet bedoeld als provocatie als ik zeg dat dit veruit de meest positieve, hoopgevende plaat in dit jaarlijstje is.
De IJslandse componist herhaalt één enkel motief van blazers, tuba’s en trompetten. Het zwelt aan uit het rommelende, dreinende niets, en verdwijnt daar ook weer in. Het mooie is dat je met steeds verschillende, aanhoudende tonen de stilte wordt ingetrokken, zonder dat je dat direct in de gaten hebt. Op dezelfde wijze word je ook weer bovengronds geleid. De stiltes hebben variërende lengtes en verschieten ook van kleur. Bovendien schakelt het het tijdscontinuüm uit. De plaat duurt ongeveer een uur, maar het lijken er altijd minstens twee uren te zijn. Ik heb meerdere malen gekeken of ik niet per ongeluk de ‘repeat’-knop had beroerd.
De muziek zelf laat zich verder moeilijk omschrijven, dat wat het teweegbrengt even zeer, maar toch kies ik voor het laatste. In het begin had ik moeite met de Klank van deze plaat, die in alles positiviteit en hoop uitstraalt. Maar nu ik geleerd heb me er helemaal voor open te stellen (dat vergde behoorlijk wat tijd) stroomt deze muziek als een magisch elixer door mijn lichaam en geest. Het woelt, behaagt, haalt rotzooi omhoog uit de diepte maar laat niet na alles proper achter te laten. Het is muziek voor na de strijd, als het slagveld leeg is en je beduusd de schade taxeert en je verwondingen ontdekt. De cadet die zijn laatste adem door de trompet laat waaien... Vanuit het allergruwelijkste loopt maar een weg en die weg gaat omhoog, dat is wat Jóhannsson me op het hart drukt. Niet etherisch, niet pathetisch, maar stellig, zó vol zelfvertrouwen dat het bijna aanstekelijk werkt.
Bovendien doet de plaat me qua gevoel enorm denken aan de mij zeer dierbare The Sinking of the Titanic, van Gavin Bryars. Ken je die plaat niet, neem dan maar van me aan dat hij niet klinkt zoals de titel doet vermoeden. Hij klinkt juist berustend, vol aanvaarding: een groot genereus hart. Op de achtergrond klinken de over het dek schuivende tafeltjes, glasgerinkel, de geluiden die bange mensen uitstoten. Maar de trauma’s zijn aan de kant gezet, vergeten zijn de nachtmerries en de pijn, het lot is bezegeld... en het klinkt vredig.
Intens vredig.
Of dat komt omdat de wetenschap dat de dood wacht uiteindelijk een geruststellende gedachte kan zijn weet ik niet, maar ik acht het zeer wel mogelijk. Overgave. “Jóhannsson klinkt alsof hij na een lang en gelukkig leven uiterst tevreden richting de hemel stijgt,” zei Bas (mijn dankbaarheid is oneindig!) me. Ik begrijp dat heel goed.
Noot: Op internet las ik over de première van dit stuk in 2003 in de Hallgrimskirkja, een kathedraal in Reykjavik. Jóhannsson had de kathedraal gevuld met heliumballonnen die net niet helemaal opgeblazen waren. Tijdens het spelen van het stuk daalden ze daardoor extreem langzaam naar beneden, het publiek in... Adembenemend...
akoestische kast (2008 #05 - Jacasz…): Leuk verhaal! bas (Chasse patat (1)): als er een motard bij onze kenny was geweest al die bas (Die Leiden des Ju…): wat een schitterende beschrijving van het geval bre Michiel (Die Leiden des Ju…): Ja, de dood op zijn hielen! De Rus die nooit zijn l Ludo (Bruyneel bekent k…): "Cavendish won inderdaad, en telefoneerde op de str