2004 #10: Junior Boys – Last Exit

Het is elk jaar hetzelfde: de muziek die ik in het begin van het jaar en in de zomer zoveel draaide gaat als het jaarlijstjestijd is gebukt onder een gebrek aan aandacht. Alles is veranderd, er is weer zoveel nieuwe muziek, tijd, yadda yadda yadda. Ik heb weinig platen die ik slechts aan één bepaald seizoen verbind (‘Ultieme zomerplaat! Februariplaat! Herfstplaat!”), en dat is maar goed ook. Dat ik Junior Boys tegenwoordig wat minder opzet ligt niet aan het jaargetijde, maar aan alles wat daarná kwam. Maar ik draai hem nog regelmatig, hij heeft een eigen, uniek plekje in mij gestreeld. Ik maakte hem me wel eigen in de zomer, toen de plaat uitkwam. Eerst thuis, zoals met alle platen, maar tijdens de vakantie in een broeierige slaapstad van München en het drukke centrum van Charleville-Mézières in Frankrijk merkte ik pas hoe diep mijn relatie met deze plaat geworden is. Met Last Exit kon ik me thuis elders wanen, en in het buitenland was ik ineens thuis. De loomheid, de subtiele ritmes, de in elektronica besloten nostalgie raakten een soort terra universalis, in mijn hoofd en hart. Dat komt vooral door de vele ruimte die deze plaat laat. Last Exit is geen ‘stille’ plaat. Het geluid echoot, synthklanken vervagen en gaan ongemerkt over in andere, of lossen op in een even zo subtiele verandering van ritme. De herhaling van samples is oneindig en gaat door als ik de cd stopzet. Luisteren naar deze plaat brengt me niet zelden in een staat van halfslaap, schemer, contradictie. Last Exit sust, hypnotiseert en beweegt zich volstrekt organisch. Eenmaal afgelopen herinner ik me verschillende passages, kreetjes, een enkele zin; ongrijpbaar, als hoe ik me een droom herinner. Gefragmenteerd. Ik heb mezelf voorgenomen om op dat ‘luisterniveau’ te blijven. Niet verder kijken, want dan zou ik er teveel ratio op loslaten. Ik weet en voel wat deze plaat doet, maar hoef niet te weten hoe. De plaat komt me daarin royaal tegemoet. Laag voor laag, draaibeurt na draaibeurt heb ik Last Exit ontdekt tot wat hij nu voor me is. Last Exit dringt zich niet verder op en aanvaardt dankbaar de manier waarop ik me er door laat vervullen– ook weer door de ruimte die het biedt voor eigen interpretatie, om eigen intieme verlangens te projecteren. Eén aspect zorgt er bovenal voor dat dit allemaal mogelijk is: de zang van Jeremy Greenspan, een singer-songwriter die één wordt met het omringende elektronische circuit. Zijn stem is androgyn, lijkt altijd te zweven, wordt robotik herhaald en is bovenal ongrijpbaar romantisch. In alles wat hij zingt of fluistert klinkt Verlangen door, craving. Hoe in hoogtepunt ‘Bellona’ een duwende, monotone bas ineens een einde maakt aan het ritme (ik ben dán al verloren en dans, weerloos) en een wereld vol oneindig verlangen ontsluit: “These days are getting longer...” Een onvervuld verlangen heeft het eeuwige leven, wordt niet omgebracht door vervulling. Last Exit is ultieme romantiek. En ik heb het nooit zien aankomen. Lees Omar Muñoz-Cremers’ briljante ontleding van Last Exit.





Comments

Your comment


  
Persoonlijke info onthouden?

/

Om spam te voorkomen:
 

  ( Register your username / Log in )

Kattebel:
Verberg email:

Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of email-adres in te typen.