Vrijdag
Vrijdag
Toen we rollend en tuimelend
over elkaar heen gleden
op de dag dat alles anders leek
De donkerste dageraad
bleek onversneden wit
in het spiegelglad
Hemels oranje, niet bestendig tegen dwarrelsneeuw en koffie-elixer op je lippen rees gestaag een niets verhullende vraag het me niet! Wit klieft aan de bomen toch zie je het niet
Wankel en weerloos verlies ik elke gedachte vrijdag is mijn dag waarop iedereen ondersneeuwt in maanlichtwaanzin Ik schreeuw om een volzin maar voel slechts een prikkel venijnig en warm verwrocht, verhit speeksel ontglipt je ik lach ik smacht naar een vrijdag onschuldig verdacht.

