De paradox Wilders
“Veel Venlonaren vinden dat Wilders hun angsten vertolkt, zegt voorzitter Ger Biermans van de lokale VVD-afdeling. ,,Mensen hebben een gevoel van ongenoegen en angst, en Geert brengt dat perfect onder woorden.’’ ”
NRC Handelsblad, 13-12-2004
Al wekenlang is er geen ontsnappen aan het gekakel van Geert Wilders. Is er geen nieuws dan maakt hij het wel. Is het feit dat hij bedreigd wordt vandaag geen nieuws, dan laat hij zich wederom ontvallen dat het ‘geen pretje is’, maar dat hij manmoedig de ontberingen doorstaat. Heeft hij het idee dat we dat nu zo onderhand wel weten dan vraagt hij om een andere zetel, om het in concretis te benadrukken. Dreigt er een dag voorbij te gaan zonder oproer of boude uitspraak dan weet Wilders het late journaal, NOVA of Barend en Van Dorp wel te halen met een even stompzinnige als luide populistische schreeuw; wetende dat de ochtendkranten er hongerig naar zijn (aandacht), de middagkranten ‘de andere kant’ zullen belichten (aandacht) en dat dezelfde uitspraken zo – inclusief de voors en tegens - weer de avondjournaals en -kranten halen (aandacht). Wat hij ook heeft gezegd, het is alweer in een nieuwe context geplaatst door reacties, opinies, commentaren van voor- en tegenstanders. Nog nauwelijks bekomen van de ene bom heeft Wilders de volgende al klaarliggen. Het is een der simpelste principes van propaganda en media-exposure: nog voor het brandje gedoofd is weer extra olie op het vuur gooien. Dóór. En het hele circus begint weer van voor af aan...
Vanzelfsprekend is de kritiek op Wilders en zijn uitspraken vervolgens niet van de lucht. Ook die geluiden zijn gelukkig nog aanwezig. Maar iemand die daar nooit naar luisterde doet dat ook nu niet. Een aanhanger van Wilders calculeert die weerstand in, het hoort erbij en bewijst slechts het gelijk van Het Orakel. Als Wilders weer een onzinnigheid dumpt is de tegenreactie juist wat iedereen verwacht, óók zijn aanhangers, óók hij zelf. Het is nodig om het vuurtje te laten woekeren. Zonder tegenreacties en zonder kritiek geen bevestiging van het eigen gelijk, geen drang om ‘door te vechten’. Daarom komt zijn inmiddels fameuze ‘Ik blijf zeggen wat ik denk, en doe er zelfs nog een schepje bovenop’ zowat elke dag weer voorbij.
Zowel voor- als tegenstanders hebben een jerrycan met benzine in de hand en strooien kwistig met het brandbare materiaal. ‘De publieke opinie’ is dat wat er elke dag in de media is waar te nemen, en die opinie – beide einden van het spectrum – leeft op een streng dieet van aandacht. Maar aandacht is geen slanke snack meer, het is geen dieet. Aandacht – en de wijze waarop aandacht ingrijpt in de levens van mensen, in ‘de geest van de natie’ – is het hoofdgerecht van een waar bacchanaal, een Bourgondisch gulzig vreten en zuipen in een nacht die nooit ochtend wordt. Het is wachten op de kater...
Om van een verademing te spreken zou de Goden verzoeken zijn, ik houd het liever op een zwak flakkerend waxinelichtje in een oceaan – een heimelijk genot – dat nu ook Wilders’ aanhang duidelijke taal begint te spreken en kleur bekent. Er staat wel dat hij de vertolker van de gevoelens des aanhang is, maar dat kan hij alleen maar blijven als die gevoelens blijven leven. Angst en onveiligheid zijn de zaadjes van Wilders’ opmars en toekomstige carrière, en ook al kent hij de negatieve inclinaties van die woorden, hij zal de laatste zijn die die gevoelens bij zijn aanhangers wegneemt. Het zou zijn eigen ondergang betekenen. Het voeden van angst voedt tegelijkertijd het verlangen naar een betere wereld, een beter bestaan. En zonder verlangen geen extreme gedachten, zonder verlangen geen boude stellingname, zonder verlangen geen gang naar de stembus en geen rood ingekleurd ‘Groep Wilders’ vakje.
Ziedaar de paradox Wilders. Een vredelievend en veilig land is onbereikbaar, tenzij Wilders aan de macht komt, zo redeneert hij. Maar dat zal net zo’n utopie blijken als hij en de zijnen het wél voor het zeggen hebben. Want Wilders is slaaf van zijn eigen driften en onlustgevoelens, van de idee-fixe dat er gevaar dreigt. En gevaar – wat dan ook, waar dan ook, wie dan ook – moet worden afgewend. Wilders zegt onverdroten door te zullen gaan, angsten uit te staan en het volk maakt hem groter. Maar Wilders zelf gaat vóór het volk. Als de mensen hem laten vallen en niet meer dezelfde dreiging waarnemen als hij – een goed gevuld infuus relativeringsvermogen zou wonderen doen – wordt Wilders slechts kleiner, niet groter. Maar groter worden, nou... dat zou hij maar al te graag willen.

