It's the Melancholy, Stupid!

I want happiness I seek happiness To cause you happiness To be your happiness Ahhh...

Superpitcher, ‘Happiness’

Was 2003 voor mij het jaar van de neo-shoegaze, 2004 is het jaar van de neo-klassiek geworden. Eigenlijk is het de rode draad door al mijn favoriete platen van het jaar*. Hetzij een enkele onverwachte viool of cello, hetzij in ambient omgeven door ruimte. Het hoeft ook niet altijd een instrument te zijn, het is meer een gevoel, en hoe dat gevoel in ruimtelijke muziek wordt geplaatst. Met Pan*American, Biosphere, Efterklang, Fennesz, Harold Budd, Jóhann Jóhannson et al zou je dit het jaar van de drone kunnen noemen, maar iets van de roes, de steriliteit van die dikke troostende deken heeft plaatsgemaakt voor neo-classistische zuchtjes en prikkelende, zware orkestraties.

Neo is eigenlijk een misleidende kwalificatie, omdat het voor mij dit jaar juist refereert aan een ‘oud’, klassiek gevoel. Het is de implementatie van nostalgie, fluwelen weemoed, decembertranen en Romantiek in de voortstuwende stroom dromen uit de verlangenmachine van mijn tijd; de drone, de ambient, bliss. Ik wil niet meer enkel in slaap gesust worden, daar is het de tijd ook niet voor. Een aantal muzikanten heeft daar op visionaire wijze invulling aan gegeven dit jaar.

In één genre echter heb ik de implementatie van neo-klassiek echter volledig gemist en dat is de house, de schaffel. Ik was er zeer op gespitst, ik verwachtte ook uit die hoek een reactie, een teken – niet per sé van vooruitgang, maar van verdieping. De Vet Geluid-brigade marcheerde luid zingend langs me en is al te ver vooruit, ik heb de moed en de wil niet om aan te sluiten. Daarom keek ik nog meer uit naar Michael Mayer’s Touch. Juist hij zou me moeten kunnen bedienen, dacht ik. Maar Touch is een grote teleurstelling geworden. Alles zit er wel in, maar het ‘alles’ van vorig jaar is niet genoeg meer. Mayer lijkt haast wel de andere kant op te kijken en levert een dodelijk gewone plaat af. Mijn ontzag voor Mayer blijft onveranderd groot, maar ik vind dat hij voor het eerst de slag gemist heeft. Of luister ik niet goed? Vraag ik dan teveel?

Enter Superpitcher.

Ik ken Here Comes Love pas twee dagen, maar de eerste keer was genoeg om Het te Weten. Aksel Schaufler heeft een plaat gemaakt met twee lagen. De eerste laag bevat de essentials: de stuwende schaffelbeat, de sublieme bas, ‘hangende’ orgelklanken, piano, klokkenspel, mellotron. De plaat had af kunnen zijn, zo. Dansbaar, met het Kompakt-stempel er duidelijk in gebrandmerkt. Klaar.

Maar Superpitcher voegt de zo nodige x-factor toe, hij heeft brandende magie in vingers en hoofd. Hij verweeft op Here Comes Love alle ingrediënten tot een complex geheel van majestueuze gevoeligheid. Hier heerst het Grote Verlangen, dat in alle stilte het fundament waarop het drijft overschreeuwt, ontstijgt. Superpitcher daalt dieper en klimt hoger. De zijige stem ontrafelt het wollen beschermingsvest en legt droefenis, liefde en honger bloot, op zo’n dwingende manier dat je enkel ‘Ja!’ kunt uitbrengen. Alle sporen in deze groeven – soms dikke voetafdrukken, soms halfuitgewiste herinneringen aan sporen – leiden naar een epicentrum van een zwellend en bonkend hart van Melancholie.

Eenzaamheid, zorgvuldig overwogen frivoliteit, de blik wanhopig gericht naar boven, de niet aflatende zoektocht naar. Eeuwenoude én funkelneue neo-klassiek verbonden met de elektrische storm. Michael Mayer, it’s the melancholy, stupid!

* Binnenkort op dit Schip mijn beargumenteerde jaarlijst, van 10 tot 1.





Comments

Your comment


  
Persoonlijke info onthouden?

/

Om spam te voorkomen:
 

  ( Register your username / Log in )

Kattebel:
Verberg email:

Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of email-adres in te typen.