Nico

Nico. Nico is het eindpunt. Als ik ’s avonds (’s ochtends is onmogelijk) Nico draai – uiteindelijk is dat altijd The Marble Index, haar andere platen verbleken daarbij, hoe mooi ook – kan ik daarna niet iets anders meer draaien. De lust naar andere muziek vergaat me omdat er niets is dat het kan overtreffen, ondermijnen of verluchtigen. Als zo’n echte gestalte zijn kop boven de bruisende golven uitsteekt duw je hem niet terug. Niets wat ik bezit snijdt dieper dan die plaat. Ga maar slapen, na een tijdje, en hoop op een volgende dag. Het is dikwijls een zeer ongemakkelijke zit. Nico geselt en slaat dood, ze doorboort je en kruipt in je hoofd als de uit de hel teruggekeerde Engel des Doods. De gepaste stilte die na The Marble Index heerst is groots, hongerig en zwart.

Ik zie een tot haar elfde vrolijk maar ingetogen Duits meisje, Christa Paffgen, later een model, en nog later een ruïne van een jong mooi mens dat de weg kwijt is en het pad kiest dat haar wordt aangeboden, het pad dat zich aandoet. Ze sliep met Jim Morrison, Jackson Browne, Tim Hardin en Tim Buckley. In alle eerlijkheid: ik zou hetzelfde gedaan hebben. Wat moet je anders? Op The Marble Index leeft ze zich schizofreen uit op de toetsen en pedalen van een orgel. Uitleven? Doodsenergie zocht een weg door de verstopte aderen van haar ranke benen naar haar voeten om op het hout te stampen alsof het De Laatste Dag was, oncontroleerbaar en manisch.

Soms moet ik in de meest vreemde situaties denken aan Nico. Of, dan daalt ze even neer in mijn realiteit, mijn wereld. In situaties als er niets anders voorhanden is, als je met lege handen staat. Als ik een kraai zie, buiten, of meerdere. Of een zwarte kater die zich geheel anders gedraagt dan alle andere katten hier uit de buurt. Als mijn machinerie het geheel heeft begeven en ik – gereduceerd tot een vleesmassa - op de bank zit, in het donker en staar, in het donker. Als er niets meer is. Staren is het hier en nu verlaten, een diepgemeend vaarwel voorgebracht uit het onbegrip waar we me worden geboren maar ons leven lang moeten overwinnen. Dat is het einde, en het einde heeft een uitgemergelde kaaklijn, littekens op de armen en gitzwart haar, gitzwarte ogen. Je wisselt niet slechts een vluchtige blik af maar het einde kijkt je zó indringend aan dat het achter op je hoofd ongemakkelijk begint te jeuken. Niet krabben, niet krabben...

Stiekem – en ik permitteer me deze ene identificatie – denk ik dat Nico en ik elkaar heel goed zouden begrijpen. “Niet zo moeilijk doen! Je leeft maar één keer!” Nee. Na het leven is er genoeg tijd om ‘gemakkelijk te doen’. Nu kún je tenminste ‘moeilijk doen’. Dus doe het. Ik kan naar The Marble Index luisteren, ik kan het aanhoren en vervuld raken van deze plaat, omdat ik zelf nog nooit zo diep ben gegaan. En dat is geen ‘er is altijd iemand die het slechter heeft’-argument, pas op! De onpeilbare diepte kan ik me wel voorstellen, maar ik hang er nog op grote hoogte boven. Waarom dan toch? Om van het leven te leren houden zul je ook de tegenpool moeten begrijpen, omarmen. De dood hoort niet bij het leven, zoals zo vaak wordt gezegd. Dat is slechts een simpel adagium voor wie niet verder durft te kijken. Het leven en de dood liggen werelden uiteen, en opgesloten in The Marble Index kun je beide aanraken. Mijn vinger tegen de hare, mijn Engels des Doods. De dag dat ik één ben met The Marble Index zal mijn laatste dag zijn.





Comments

Your comment


  
Persoonlijke info onthouden?

/

Om spam te voorkomen:
 

  ( Register your username / Log in )

Kattebel:
Verberg email:

Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of email-adres in te typen.