Say cheese
Election Day 2004. Deze door de Bush administration geaccrediteerde foto werd vrijgegeven rond 17.00 uur, Amerikaanse tijd. Het plaatje moet de indruk wekken dat de familie Bush rustig de uitslagen afwacht. En rustig, dat was het ook. Het was ontspannen. Want het was snel duidelijk dat Bush in Kerry, ondanks de door wishful thinking ingegeven last-minute Kerry-mediahype, geen serieuze tegenkandidaat had. Gezamenlijk en eendrachtig op de kiek. Family Values.Maar er klopt iets niet aan deze foto. Of beter, het brengt een gedachte te berde die de familie Bush niet voor ogen had. Mijn aandacht bij deze foto gaat – en ik heb er lang, te lang naar gekeken – onwillekeurig uit naar George senior en Barbara Bush. Ze zitten rechts van het plaatje. Natuurlijk horen ze erbij, maar de ‘nieuwe Bush-familie’ neemt begrijpelijkerwijs meer breedte van het plaatje in. Ze belichamen het fatalistische eindstadium wat George junior en Laura ook staat te wachten, onherroepelijk. Kijk nog eens goed naar George en Barbara. Ouden van dagen zijn het, two out of millions. Meer vertrouwd met de flits van een fototoestel (en hoe in zo een situatie te handelen) dan met de realiteit. Meelijwekkend in hun ‘geleefd worden’. George in een onberispelijk pak, Barbara gekleed in hoe oudere Westerse vrouwen nu eenmaal gekleed gaan.
Maar die lach op hun gezichten... die lach verraadt alles. Die lach, en de starre, quasi-relaxede houding die ze aannemen, vertelt het hele verhaal, hoe het werkelijk zit. Het deed me denken aan het oudere paar in de taxi uit David Lynch’s Mulholland Drive, dat als erop gebeiteld een lach meedraagt op het gezicht. Door schade en schande niet kunnen stoppen met glimlachen, wat een vernedering moet dat zijn! Pijnlijk verwrongen, een afgang uit nederigheid voor het menselijk ras. Het is een ziekte van deze tijd waarmee ik niet wil spotten, maar laat het alsjeblieft een naam krijgen. Alles prijsgevend met de lach van een nederlaag, een nederlaag die de overwinning op het intellect betekent.
Het plaatje treft me dáárom, om de hulpeloosheid die nog zaligmakend blijkt ook. De onnozelheid in een functie zó belangrijk (want dat is het). De zinloosheid van beroemdheid (want dat is het). Het pure, onversneden geluk dat ze hebben gehad (want dat is het).

